Archive for Zorginnovatie
February 11, 2011 op 4:43 pm · Geplaatst onder Professionalisering, Zorginnovatie, het nieuwe werken, jeugdzorg door Laurens Waling
Vandaag start een nieuw seizoen van Jeugdzorg 2.0! De komende weken vinden door het hele land bijeenkomsten plaats waar enthousiaste pioniers ideeën over innovatie in de sector met elkaar uitwisselen. Even een overzicht:
• 11 februari, regio Zuid-Holland en Zeeland, locatie JSO in Gouda
• 22 februari, regio Brabant, locatie Hall of Fame in Tilburg
• 1 maart, regio Den Haag, locatie Haagse Hoogeschool
• 1 maart, regio Amsterdam, ROC Amsterdam (?)
• 1 maart, regio Rotterdam, locatie nog onbekend
• 2 maart, regio Utrecht, locatie HU Amersfoort
• 17 maart 2011, regio Noord-Nederland, bij ZIF in Groningen
• 6 april, regio Gelderland, locatie zoeken we nog
• De regio’s Limburg, Flevoland, Overijssel en Noord-Holland volgen spoedig daarna
De voorbereidingen voor de evenementen zijn te volgen in de diverse Jeugdzorg 2.0 LinkedIn groepen (1775 leden) en via www.jeugdzorg20.nl. Twitteraars delen met #jz20 het laatste nieuws over de ontwikkelingen. Het is geweldig om te zien hoeveel mensen actief zijn en met goede ideeën de sector willen innoveren.
Er is natuurlijk ook een fantastische ‘window-of-opportunity’ nu alle zorg voor jeugd over gaat naar de gemeenten. Het lijkt wel alsof iedereen zich op dit moment bezig houdt met het vraagstuk hoe de decentralisatie eruit komt te zien. Een ding is zeker, als we niet baanbrekend sociaal en technisch innoveren kunnen we de noodzakelijke bezuinigingen niet realiseren. Het is niet te doen om vanuit de beleidskamers te bedenken hoe je daadwerkelijk de hulpverlening kunt innoveren. Voor echte transitie moet je in contact komen met de praktijk. De uitdaging bij de transitie is om alle betrokkenen te betrekken bij de visievorming. En met elkaar buiten de bestaande kaders te denken. Dit kan alleen maar als je open staat voor nieuwe ontwikkelingen en ook het beleid op 2.0-wijze ontwikkelt.
Vandaar dat we volop doorgaan met het stimuleren van Het Nieuwe Denken in de zorg voor jeugd. Dit doen we met elkaar en we grijpen alle mogelijkheden aan. Op 9 maart vindt bij Alares een kick-off bijeenkomst plaats voor het ontwikkelen van een serious game Jeugdzorg 2.0. Iedereen die mee wil doen is van harte uitgenodigd! We ontwikkelen daarnaast video’s voor ons YouTube kanaal om Jeugdzorg 2.0 nog verder te promoten. Zet ook jouw ideeen online!
Er is inmiddels een groot netwerk van trainers die graag workshops geven om binnen jouw organisatie over de mogelijkheden van Jeugdzorg 2.0 te komen vertellen. Online hulpverlening, sociale innovatie, kennis delen tussen collega’s en jouw organisatie online profileren zijn slechts enkele thema’s die dankzij Jeugdzorg 2.0 snel aan populariteit winnen. En het werkt echt! We merken dat er een nieuwe wind gaat waaien in de sector.
Doe je mee?
Laurens Waling
Initiatiefnemer Jeugdzorg 2.0
January 20, 2011 op 1:01 pm · Geplaatst onder Zorginnovatie door Anke Bielderman
De Gezondheidsraad publiceerde op 18 januari 2011 het advies ‘Medische producten[1]: nieuw en nodig!’. Het advies brengt de behoefte van patiënten en zorgverleners in kaart op het gebied van innovatie in de zorg. Uit het advies blijkt dat de industrie, overheid, zorginstellingen, etc. nog nauwelijks zijn aangesloten op deze behoefte. De gezondheidsraad adviseerde daarom een investeringsagenda (metaprogramma) voor onderzoek naar innovatieve medische producten op basis van de behoeften van gebruikers. Deze agenda en de methode om gebruikers bij de totstandkoming ervan te betrekken, vormen de kern van het advies. Belangrijke behoeftes van patiënten en zorgverleners die onder andere op de investeringsagenda staan, zijn:
- Technische hulpmiddelen voor zorg op afstand, zoals interactieve voorlichtingssystemen.
- Informatieverwerkings- en informatie-uitwisselingsystemen, zoals verbeterde informatiesystemen tussen zorgverleners en tussen zorgverlener en patiënt, e-learning modules.
- Hulpmiddelen voor de patiënt voor vergroting van zelfmanagement en zelfredzaamheid.
- Verbeterde versies van bestaande medicatie ter vermindering van bijvoorbeeld het aantal bijwerkingen van een geneesmiddel.
- Nieuwe (hulp)middelen gericht op de aandoening, zoals dementieremmers, middel voor vergroten gevoeligheid insuline.
Alares is heel blij met het advies van de Gezondheidsraad en hoopt dat de Minister van VWS, maar ook de Tweede Kamer zich hierin vinden. Alares ziet een belangrijke rol voor zichzelf bij de uitvoering van het metaprogramma, want dit ligt in het verlengde van haar visie en missie en daar waar zij goed in is. Alares is namelijk al een aantal jaren actief bezig de voordelen van innovatie in de zorg te promoten en adviseert organisaties daarover. Zo heeft Alares in opdracht van het Zorginnovatieplatform onderzoek gedaan naar de afhankelijkheden, succes- en belemmeringsfactoren bij opschaling van zorginnovaties. Vanuit dit inzicht wilde het Zorginnovatieplatform de zorginnovators in Nederland stimuleren om hun innovatie breder te verspreiden. De resultaten uit het onderzoek zijn gebundeld in de rapportage Kennis(in)kaart. Uit het onderzoek blijkt dat innovatie in de zorg gestimuleerd wordt door een goede (professionele) ondersteunende organisatie, ondernemerschap en een breed netwerk van de zorginnovator. Ook samenwerking en de aantoonbaarheid van het succes zijn invloedrijke factoren bij het opschalingsproces.
We hopen dat de Minister snel met een reactie komt op het advies, zodat het veld ook echt aan de gang kan met de goede voorstellen. Op naar innovatieve zorg die rekening houdt met de behoeften van de patienten!
[1] In het advies zijn ‘medische producten’: geneesmiddelen; hulpmiddelen voor diagnostiek en zorg; en weefselvervangende producten.
September 14, 2010 op 10:35 pm · Geplaatst onder Slimmer werken, Social web, Zorginnovatie, het nieuwe werken, jeugdzorg door Laurens Waling
Bureaucratie is een prachtige uitvinding. Met regels en afspraken vermijden we onzekerheid en zorgen we ervoor dat zichzelf herhalende processen beheersbaar blijven. In een wereld die snel verandert en waarin complexiteit er voor zorgt dat elke situatie anders is, kan bureaucratie echter tot veel frustratie leiden. Het beperkt de mogelijkheden om flexibel in te spelen op veranderingen, of snel zaken te realiseren voor individuele afwijkingen.
Gelukkig is er easycratie! Een term geïntroduceerd in het gelijknamige boek van Martijn Aslander en Erwin Witteveen. Easycratie geeft perfect weer dat er naast de bureaucratie ook een wereld mogelijk is, waarin individuen zelf direct realiseren wat zij belangrijk vinden. Zonder toestemming, projectbudget of toegewezen uren, maar op basis van sociaal kapitaal, toegankelijke kennisbronnen en verbondenheid. Vertrouwen in de kracht van het individu staat centraal.
Juist in de jeugdzorg hebben we de afgelopen jaren te veel blind gevaren op bureaucratie. Overal zijn protocollen voor gemaakt. Het net van regelgeving werkt vaak verstikkend. Vraag maar eens aan jeugdzorgmedewerkers of zij het nog leuk vinden om in de jeugdzorg te werken. Gelukkig zijn er nog altijd mensen die gepassioneerd blijven voor het helpen van mensen en zich niet laten afschrikken door het regeldoolhof.
Wanneer je Easycratie leest, barst het opeens van de kansen om juist met deze gepassioneerde medewerkers aan de slag te gaan om een beter jeugdzorgklimaat te realiseren. Een cultuur waarin het helpen van kinderen en ouders centraal staat, en ‘de manier waarop’ volgend is aan de behoefte van het gezin. Een verbeterde wereld die begint bij jezelf.
De snel voortschrijdende kansen van Internet geven deze beweging de wind in de rug. Op de LinkedIn groep Jeugdzorg 2.0 zie je tal van voorbeelden voorbij komen. Neem bijvoorbeeld Tungle.me, een gratis online applicatie om externen afspraken in je Outlook agenda te laten maken en te verzetten. Iedereen kan hier zelf mee aan de slag, om de jeugdzorg laagdrempeliger te maken voor cliënten. Maar ook het gebruik van Yammer tussen jeugdzorgmedewerkers (een soort besloten Twitter) stimuleert sterk de kennisuitwisseling en creëert extra binding.
Zo kunnen medewerkers met tal van innovaties zelf aan de slag, om van binnenuit organisaties te vernieuwen. Mooi he? Er is geen geld, commitment of ICT-kennis voor nodig. Gepassioneerde medewerkers die je stimuleert en een beetje ruimte en vertrouwen geeft om nieuwe dingen te proberen, is voldoende. Het principe van ‘zwermen’ die taakgericht aan een opdracht werken (ook aangehaald in Easycratie), biedt ook allerlei kansen voor multidisciplinaire teams in de jeugdzorg. Natuurlijk doen we dat al, maar nog veel te formeel, projectmatig en plichtmatig. Formeel ontstaat behoudenheid, informeel bereik je voortuitgang.
En zelfs als we binnen organisaties deze kansen niet benutten, zorgen ontwikkelingen van buitenaf wel dat de sector verandert. Nieuwe initiatieven voor particuliere jeugdzorg schieten als paddenstoelen uit de grond. Zij werken efficiënter en effectiever , maar zijn bovenal nog leuker ook, omdat ze geen last hebben van bureaucratie.
De revolutie van sociale media verandert de wereld. De invloed van easycratie kunnen we (gelukkig) niet tegenhouden in jeugdzorg. Het is aanpassen, of gepasseerd worden; zowel voor de individuele medewerkers als op organisatieniveau. Doe je mee? Hoe 2.0 is jouw organisatie?
August 12, 2010 op 4:30 pm · Geplaatst onder Kennis delen, Slimmer werken, Zorginnovatie, jeugdzorg door Laurens Waling
De jeugdzorg snakt naar vernieuwing. Stel dat we de hulpverlening voor ouders en jongeren eens helemaal opnieuw mogen vormgeven. Blijven er dan nog wachtlijsten, caseload, administratieve lasten, werkdruk en ontevreden cliënten over? Hoe krijg je zo’n sector in beweging? Jeugdzorg 2.0 schept innovatieve oplossingen door met nieuwe media pioniers uit het veld te verbinden. Samen zorgen we voor innovatie in een kansrijke sector.
Het is duidelijk dat we de jeugdgezondheidzorg en hulpverlening aan jongeren beter kunnen organiseren. De technologie van 2010 biedt de jeugdzorg mooie kansen om te vernieuwen. Voorwaarde voor structurele innovatie is dat we kansen in de organisatie gaan zien en benutten. Want innovatie is meer dan techniek alleen, het vergt een verandering van denkwijze, werkwijze en manier van organiseren. Daar ligt nu juist de uitdaging voor de jeugdzorg. Het kan. Dit laten we zien met Jeugdzorg 2.0.
De mogelijkheden voor de jeugdzorg groeperen we rondom drie hoofdthema’s: (1) participatie van jongeren en ouders, (2) slimmer kennis delen en (3) anders innoveren. De rode draad hierdoor heen is de inzet van nieuwe media en sociale innovatie. Ik kom hierop terug, na het verkennen van de drie thema’s.
(1) Participatie van jongeren en ouders
Dat jeugdzorg niet om individuele kinderen gaat weten we. Oorzaken zijn vaak dieper geworteld in gezin, omstandigheden en omgeving. De erkenning van die complexiteit heeft de afgelopen jaren geleid tot vernieuwingen. Hulpverlenen op basis van empowerment, vraaggericht werken en netwerkversterkende methodieken zijn weliswaar gemeengoed geworden, maar langzaam tot stand gekomen. Ingeperkte participatie, bescherming, weinig gebruik maken van protectieve factoren in het gezin zelf, bureaucratie, beeldvorming over jeugdzorg en vervolgingsangst hebben geleid tot een voorzichtigheid, zorgvuldigheid, maar ook betutteling die de ontwikkeling van nieuwe initiatieven remt. Dat alles evidenced based moet zijn draagt bij aan kwaliteit, maar schrikt wellicht ook af. Wikken en wegen; goed bedoeld, maar hierdoor loopt het tempo niet in de pas met andere maatschappelijke ontwikkelingen. Met name de ontwikkelingen op het Internet gaan snel. Nu met deze middelen aansluiten op de cliënt verbetert de dienstverlening en waardering voor de sector als geheel aanzienlijk.
Met online hulpverlening kunnen we bijvoorbeeld gezinnen efficiënt helpen. Veel face-to-face bijeenkomsten kunnen we vervangen door chatcontact. Talloze succesvolle initiatieven op dit gebied vind je in het handboek Online hulpverlening (Schalken, 2010) van de Stichting e-hulp.nl. Online hulpverlening resulteert in een betere bereikbaarheid, transparantere zorg en betere hulpverlening. En we kunnen sociale netwerken en communities inzetten om jongeren beter (ook preventief) te bereiken. Logisch, want hier is de doelgroep te vinden. Jongeren e-mailen elkaar steeds minder en zijn te vinden op Facebook. Het is lastig voor jeugdzorgorganisaties om bedrijfsmatig aan te sluiten bij de dynamische leefwereld van jongeren. Jongeren hebben hun sociale netwerk online, weten goed onderscheid te maken tussen wat zij delen met vrienden en hoe zij met jeugdhulpverlening in contact willen staan. Kunnen professionals de mogelijkheden van Facebook of smartphones tijdens een behandeling inzetten?
Stel je eens voor dat het lukt om gezinnen die dit willen, een online behandelomgeving te geven met toegang tot hun eigen dossiers. Dat we ICT inzetten om kennis effectief over te dragen en dat we ‘de doelgroep’ transformeren tot een groep met een doel. Groepen die zelf willen werken aan verbetering, en via Internet kiezen van welke hulpverlener zij gebruik willen maken. Hiervoor is de inzet van nieuwe media van belang. Dit betekent: sociale innovatie. Denk je in dat zorgverleners voor een coachende rol kiezen en gezinnen in een dialoog stimuleren om aan hun gedrag en gezondheid te werken, naast aandacht voor problemen. Dat we ouders in principe zelf casemanager maken en ‘zorgcoördinatie-overleg’ met hen erbij voeren. De combinatie van nieuwe media en sociale innovatie creëert uitdagende mogelijkheden om met jongeren en ouders erbij de jeugdzorg doelmatiger in te richten, ofwel om de jeugdzorg baanbrekend te innoveren.
(2) Slimmer kennis delen
Wanneer je snel en effectief wilt vernieuwen dan is kennis delen essentieel. De ontwikkelingen gaan razendsnel. Alleen door met elkaar kennis goed te delen kunnen we tijdig inspelen op nieuwe kansen. En ook daar biedt de komst van laagdrempelige nieuwe media uitkomst. Hierdoor kunnen professionals met elkaar in verbinding staan en hun vraagstukken en oplossingen uitwisselen. Laten we vooral ook uitwisselen wat er goed gaat, op die manier maken we het werken in de sector ook leuker.
Een groot scala aan online applicaties biedt mogelijkheden het werk flexibel te organiseren, effectief met elkaar te communiceren en kennis direct beschikbaar te stellen aan de doelgroep en andere professionals. Al eens gekeken op www.lifehacking.nl of www.jeugdzorgtips.nl? Vergaderen (lees effectief afstemmen) kan ook online. Iedereen kan met een paar klikken zijn eigen community starten. Via applicatie zoals Google Sites kunnen samenwerkende professionals organisatieoverstijgend hun agenda, documenten en vraagstukken met elkaar delen. Hoe handig is het als je een gezinsplan centraal kunt opslaan en bewerken, zonder dat je dit (fysiek of per mail) hoeft uit te wisselen? Slimmer werken en kennis delen is dankzij Internet voor iedereen binnen handbereik.
Het slim delen van kennis is een belangrijke voorwaarde voor innovatie en verbeteringen van de sector. Daarvoor moeten we wel los komen uit de bestaande paradigma’s, pas als we anders gaan denken kunnen we de jeugdzorg ook anders organiseren!
(3) Anders innoveren
We weten uit het verleden dat niet effectief is om alleen van bovenaf verandering op te leggen. De politiek of het bestuur van een organisatie krijgt geen grip op innovatie door alleen een pot met geld voor ‘innovatie’ vrij te maken. Daarmee misken je de dynamiek van de dagelijkse praktijk. Het gevolg: geen commitment, projecten lopen uit het spoor, er worden onnodig dure systemen geïmplementeerd en de cliënt is nog steeds niet beeld. We implementeren systemen technisch, zonder dat zij succesvol gebruikt worden. We kunnen de cliënt nog steeds niet volgen. Medewerkers in de jeugdzorg herkennen dit beeld, innovaties die van bovenaf bedacht worden, zijn weinig effectief. De subsidies die deze innovaties moeten stimuleren geven juist de verkeerde prikkels. Innovatie ontstaat vaak vanuit schaarste en laat zich niet makkelijk in projecten met een afgebakend doel gieten. Hoe kan het anders dat wanneer een medewerker zelf met een kleine procesverbetering komt, iedereen zonder ook maar te vragen om extra geld of tijd hiermee aan de slag gaat. Waarom zijn er zoveel start-ups, zelfstandigen of medewerkers die in hun vrije tijd bezig zijn met het vernieuwen van de jeugdzorg? Juist, omdat zij zien dat innovatie wel kan, als je maar begint aan de basis.
Einstein: “We can’t solve problems by using the same kind of thinking we used when we created them.”
Natuurlijk speelt het management, bestuur en politiek een belangrijke rol. De rol is echter niet het initiëren van de innovatie maar het faciliteren en stimuleren van de innovatie. Dit vraagt om managen 2.0. Dat betekent voor manager (en professional) sturen op kwaliteit en resultaat, op basis van vertrouwen in plaats van controle. Het betekent ook sturen op verantwoordelijkheid en verantwoording. Hier horen het mogelijk maken van experimenteerruimte en (gecalculeerde) risico’s bij, evenals het durven gebruiken van nieuwe media. Kortom samen je nek durven uitsteken. Er moet tijd zijn voor het uitwisselen van ervaringen en voor reflectie. Vervolgens moet het management open staan voor vernieuwing en met name vertrouwen hebben in professionals om ze vrij te laten in de adoptie van nieuwe technieken.
Jeugdzorg 2.0
Jeugdzorg 2.0 is een snelgroeiende beweging die in korte tijd veel aandacht heeft gekregen. Het staat voor het verbinden van pioniers die een passie hebben om de jeugdzorg te vernieuwen. Centraal hierbij staat de inzet van nieuwe media en sociale innovatie. Door anders te denken ontstaan er vele mogelijkheden de jeugdzorg slimmer te organiseren. Met Jeugdzorg 2.0 verbinden we (mede door de inzet van social media) precies die mensen die al innovatief denken. We faciliteren koplopers om gezamenlijk tot innovatiekracht te komen. Het basis principe is ‘sociaal kapitaal’. Juist door het niet institutionaliseren, niet subsidiëren en het wegblijven van belangen blijven we effectief. Puur op basis van enthousiasme van de deelnemers kunnen we groeien tot een beweging die het verschil maakt.
—
Over de auteur
Laurens Waling is senior adviseur bij Alares en initiatiefnemer van Jeugdzorg 2.0. Begin 2010 zijn we gestart in de LinkedIn groep Jeugdzorg 2.0, waar nu bijna 700 leden met elkaar in verbinding staan. Op 3 juni was er een eerste bijeenkomst – ontstaan via online crowd-organization – waar ruim 200 betrokkenen uit de sector op afkwamen. De drive die dit netwerk hier met elkaar deelde, trekt nu als een frisse wind door Nederland. In de vier grote steden en in elke provincie organiseren vrijwilligers vervolgevenementen Jeugdzorg 2.0. Ook gaan we aan de slag met een proeftuin, een etalage en een serious game Jeugdzorg 2.0. De ontwikkelingen zijn via www.jeugdzorg20.nl allemaal te volgen.
February 22, 2010 op 4:16 pm · Geplaatst onder Kennis delen, Slimmer werken, Zorginnovatie, het nieuwe werken, informatieuitwisseling, jeugdzorg door Laurens Waling
De instanties die betrokken zijn bij het voorkomen, opsporen en helpen van probleemgezinnen werken al jaren beperkt samen. In het Centrum voor Jeugd en Gezin moeten hulpverleners die betrokken zijn de preventie van problemen vanuit één loket de gezinnen tegemoet treden. Kernpartners zijn hier de jeugdgezondheidszorg (GGD en consultatiebureaus), jeugdhulpverlening van Bureau Jeugdzorg (BJZ is al een ketenoplossing op zichzelf) en maatschappelijk werk. Het concept van de veiligheidshuizen dwingt op een zelfde manier het Openbaar Ministerie, de Politie en de afdeling Reclassering van Bureau Jeugdzorg met elkaar samen te werken.
Wie zich verdiept in deze concepten, ziet al snel waarom professionals niet goed samenwerken:
- Verschillende talen, begrippen, werkwijzen en regelgeving maken communicatie en goede samenwerking lastig.
- Verschillen in cultuur, type opleiding en niveau zorgen voor afstanden tussen de verschillende disciplines.
- Verschillende automatiseringsgraden en systemen zorgen ervoor dat informatie beperkt digitaal beschikbaar of uitwisselbaar is. Veelal werkt men nog op papier.
- Iedereen werkt op zijn eigen manier aan verbetering van de situatie, zonder deze kennis goed te delen.
- De druk om de privacy van gezinnen te beschermen blokkeert het delen van informatie tussen hulpverleners. Verschillende onderzoeken laten zien dat in het belang van het kind eigenlijk meer informatie gedeeld mag worden, dan dat er op dit moment gebeurt.
- Tegelijkertijd zorgen ernstige incidenten voor een (media)druk op de sector. Deze spanning leidt niet tot meer samenwerking, maar tot een individueel ingraven in bureaucratie: de neiging bestaat alles vast te willen leggen om zich te kunnen verantwoorden. Onder de bureaucratische druk (waarbij het wel lijkt alsof er steeds meer regels komen om de regelgeving te verminderen…) wordt al het initiatief tot vernieuwing plat geslagen.
Alles bij elkaar hangt er een sfeer van suboptimale samenwerking, maar lijkt men te verstard om verbeteringen aan te pakken. Zowel het CJG als het Veiligheidshuis zijn voornamelijk institutionele oplossingen voor bovengenoemde samenwerkingsproblemen. Op zich zijn de nieuwe organisatievormen een goede ontwikkeling, mits er op een slimme manier invulling aan de concepten wordt gegeven. Dit mag van Rouvoet decentraal gebeuren, zodat we niet een, maar eigenlijk 400 (per gemeente) verschillende smaken krijgen. Wij volgen de ontwikkelingen door het hele land al een tijdje op de voet. Wat valt zowel in de eerste CJG’s als de eerste Veiligheidshuizen op?
- De verschillen in opzet zijn groot. Men is in de meeste regio’s vooral fysiek bij elkaar gekomen, maar werkt nog steeds op de oude manier (langs elkaar heen). Verschillen worden nog beperkt overbrugt. Cultuurverandering kan alleen langzaam?
- Digitale informatiesystemen zijn zeer beperkt aanwezig. Men werkt veelal met eigen systemen en voert nieuwe systemen nog per organisatie in (het Digitaal Dossier JGZ). Het enige gezamenlijke systeem dat er is (de Verwijsindex Risico’s Jeugdigen) geeft geen informatie over wat er met kinderen aan de hand is. Het heeft (nog) geen prioriteit om gezamenlijk een registratie voor procesinformatie of beleidsinformatie op te zetten. Zie ook ons onderzoek ‘Digitaal Geschakeld’ in opdracht van het Programmaministerie voor Jeugd en Gezin hiernaar.
- Simpele zaken die het samenwerken in een organisatie zo prettig maken zijn op CJG niveau nog niet geregeld. Er is geen intranet, men kan niet in elkaars agenda, er is nauwelijks centraal overleg en er is nog geen telefooncentrale.
- De kosten voor o.a. nieuwe gebouwen, projectleiders en werkgroepen zijn gigantisch. Wethouders steken graag geld (grotendeels rechtstreeks afkomstig van het Rijk) in het optuigen van nieuwe organisaties.
- Niemand heeft een gevoel bij de effectiviteit van de nieuwe organisaties. Het aantal burgers dat de nieuwe organisaties weet te vinden is in ieder geval beperkt.
Laten we niet te kritisch zijn en kijken naar de mogelijkheden. Welke kansen laten we nog onbenut?
- Je hoeft geen fysiek CJG te hebben om als virtuele organisatie met elkaar samen te werken. Je moet elkaar gewoon kennen, regelmatig tegenkomen (en niet alleen in werkoverleg) en elkaar weten te vinden. Kortom, de sterke kanten van elkaar weten te vinden en benutten. Op die manier ontstaat samenwerking vanzelf.
- Het lage aantal fysieke bezoekers kunnen we oplossen door te kijken naar de online mogelijkheden. Virtuele CJG’s zijn sterk in opkomst; nu nog een hierop afgestemde back-office.
- Online tools maken samenwerking makkelijker. Denk bijvoorbeeld aan een gezamenlijke kennisomgeving (zoals een Ning) om informatie centraal te delen. Ook Skype kan veel onnodig e-mailverkeer en overvolle inboxen voorkomen. Direct zien wie er beschikbaar is, instant messages sturen of een conference call met beeld erbij starten biedt mogelijkheden voor veilige, snelle, toegankelijke en ‘warme’ communicatie .
- Ook social media (zoals Hyves, Facebook, LinkedIn en Twitter) kennen tal van mogelijkheden voor de sector om slimmer te communiceren, elkaar te leren kennen, samen te werken en met de jeugdige doelgroep in contact te komen. (Zie ook mijn vorige blog. Ik zit nog steeds te wachten op de eerste Twitterende jeugdartsen of hulpverleners.)
De genoemde oplossingen zijn wellicht nieuw voor de sector, maar bewijzen al geruime tijd hun waarde in professionele settings in andere sectoren. Vaak onder de noemer ‘het nieuwe werken’ of 2.0.
Kortom, samenwerken vergt een gezamenlijke cultuur, een veelvoud van momenten en mogelijkheden om elkaar (virtueel) te ontmoeten, bekendheid met elkaars competenties en gebruik maken van dezelfde systemen. Een flinke uitdaging, maar hard nodig om van navelstaren te komen tot een gezamenlijke externe oriëntatie op problemen en oplossingen. Pas dan ontstaat CJG2.0 of Veiligheidshuis2.0. Ik geloof er echt in: het benutten van de digitale mogelijkheden voorkomt verstarring, geeft samenwerking een boost en maakt werken in de jeugdketen weer leuk. Maar dat moet je wel durven!
November 19, 2009 op 8:37 am · Geplaatst onder Social web, Zorginnovatie door Laurens Waling
Al jaren loopt de discussie hoe de overheid effectief kan ingrijpen bij probleemjongeren. Van nieuwe oproepen om risicojongeren sneller te signaleren kijken we nauwelijks meer op. Maar wat werkt dan wel? Misschien moeten we de jongeren met hun eigen middelen gaan benaderen en de ogen eens openen voor social media.
De vele partijen die zich met het kind bezig houden doorgaan allemaal professionaliseringstrajecten en de hele jeugdketen gaat op de schop. Nieuwe financiering in de jeugdzorg. De opkomst van de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG). Zelfs informatievoorziening krijgt meer en meer aandacht. Zo wint de verwijsindex snel terrein en wordt in de Jeugdgezondheidszorg het Digitaal Dossier JGZ ingevoerd. Binnen de CJG’s werken we de laatste tijd ook op steeds meer plekken aan integrale informatievoorziening. Onderzoek dat Alares hier naar deed is gepubliceerd door het Programmaministerie voor Jeugd en Gezin en moet een boost geven aan de aandacht voor informatievoorziening op gemeentelijk niveau.
Ondanks dat we natuurlijk nog veel kunnen professionaliseren, herorganiseren en informatiseren (en we zullen hier de komende tijd nog volop mee bezig zijn) is er misschien wel meer nodig. Ik denk hierbij aan het volgende: daadwerkelijk samenwerken, kennis delen en het gebruik van social media hierbij. Ik leg dit uit:
Het Programmaministerie doet verschillende pogingen om alle partijen die zich bezig houden met het (lokale) jeugdbeleid te laten samenwerken. Maar hoe gaan we van praten over samenwerken naar daadwerkelijk samen kinderen helpen? We schermen met woorden als zorgcoordinatie, maar zie dit maar eens in te vullen. Een kind is niet alleen, maar staat in een dynamische omgeving. Factoren als het gezin worden steeds vluchtiger als de problematiek toeneemt. De effectieve manier om daar tussendoor zorg te organiseren is niet door structuur aan te leggen, maar juist van vrijheden gebruik te maken. Professionals hebben flexibiliteit nodig om aan te sluiten bij de specifieke lokale situatie. Niet (alleen) gestructueerde informatievoorziening, maar juist innovatieve kennisdeling is hierbij de oplossing.
Niet geheel toevallig weet Alares hier alles van. We organiseren dit jaar een succesvolle serie workshops Spelen met Innovatie. Organisaties waarin niet structuren maar adhoc samenwerkingsverbanden leidend zijn, hebben meer baat bij social media tools om kennis te delen dan gestructureerde systemen. Waarom zou dit niet gelden voor de jeugdzorg? Of anders gezegd: laten we eens kijken naar de mogelijkheden om bijvoorbeeld YouTube, wiki’s, blogs, Twitter en LinkedIn in te zetten helpen van risicokinderen.
- Spoor ze op! Duik eens in de leefwerelden van jongeren op bijvoorbeeld MSN en Hyves om te zien waar ze mee bezig zijn, en wat voor problemen ze zelf signaleren. Online communiceren ze met vriendjes. Ook hun ouders zien wat hier gebeurt. Nieuwe communicatievormen ontstaan. Normen en waarden verschuiven. Online pesten is best lastig als iedereen kan zien wat je zegt, en dit voor altijd wordt vastgelegd.
- Bekijk niet alleen de negatieve kanten, maar ook de positieve. Dit geldt op groepsniveau, maar ook op persoonljk niveau: professionals hebben de neiging eerder op de risicofactoren dan op de beschermende factoren te focussen (negatief + positief is neutraal).
- Interact: de debacels rondom baarmoederhalskanker en (zelfs nu de overheid denkt van de vorige inentingen geleerd te hebben gebeurt het opnieuw) met de griepprik spreken boekdelen: online ontstaan nieuwe denkbeelden als je alleen traditionele media gebruikt om jouw boodschap te verkondigen.
- Laat zien wat je doet. Tranparantie is niet voor niks een nieuwe belangrijke norm in het digitale tijdperk. We hebben er weinig aan als we niet snappen wat al die partijen voor jeugd eigenlijk aan het doen zijn. Ik wacht nog steeds op de eerste Twitterende jeugdarts, die laat zien wat voor nuttig werk hij/zij eigenlijk doet!
- En deel kennis! Heb je iets gevonden, deel het dan direct met andere professionals. Op individueel niveau (nog wel even alertheid voor privacy), groepsniveau of nieuwe ontwikkelingen die de hele sector aangaan. Deel ze met elkaar door gebruik te maken van het scala aan kennisdelingsmiddelen die Web2.0 te bieden heeft.
De eerste ideeen in deze richting beginnen vorm te krijgen. Het Programmaministerie laat de eerste proefballonnetjes op, binnen de VNG worstelt men met deze ideeen, GGD Nederland wil er graag mee aan de slag, ActiZ vindt het vooral spannend en de MOgroep wil graag weten waar ze moeten beginnen. Er ontstaat een markt voor succesvolle initatieven. Het duurt vast niet lang meer voor we ook daadwerkelijk over de eerste ervaringen in deze sector kunnen gaan schrijven. En weet je wat ik nu het mooiste vind: het werken met deze tools is nog leuk ook! Laten we niet vergeten dat het daarom gaat: mensen helpen is moet leuk mensenwerk blijven! Niet voor niks heet het ’social’!
October 16, 2009 op 12:23 am · Geplaatst onder Zorginnovatie door Janine Bake
Goed nieuws, het is niet alleen maar kommer en kwel met de zorgverleners in Nederland. Zo las ik het bericht op ictzorg.com met de titel ‘Medisch specialisten blij met ‘webwijze’ patiënt’ hierin duiden zij op medische specialisten van het UMC Utrecht die het helemaal niet vervelend vinden dat hun patiënten online medische informatie zoeken.
De trend in de gezondheidszorg lijkt steeds verder uiteen te lopen. Organisaties, artsen en verpleegsters die volop innoveren tegenover organisaties die nog echt de oogkleppen op hebben. Medische specialisten van het UMC Utrecht lijken het te begrijpen. Zij stellen in een interview in het UMC blad Uniek dat ‘webwijze’ patiënten vaak betere gesprekspartners zijn. Ze zijn beter geïnformeerd en stellen daardoor vaak goede vragen.
De patiënt 2.0 die zijn weg online weet te vinden is al lang niet meer nieuw. 80% Van de mensen die klachten heeft, googled eerst alvorens ze een huisarts bezoeken. Dat zijn geen miskende cijfers, de patiënt weet steeds beter wat hem scheelt en gaat graag zelf op onderzoek uit. Maar het internet kent ook gevaren. Informatie die onjuist is op fora, verzonnen ziektebeelden zoals hetluchtop.nl - een hoax van het tv programma tros radar – en farmaceutische bedrijven die een slaatje proberen te slaan uit goedgelovige mensen.
Op het congres Reshape 2009 in Nijmegen werd mooi aangeduid dat de patiënt (2.0) helemaal niet op de regisseursstoel wil zitten, ondanks wat artsen vaak denken. Wat patiënten wel willen is een transparant en heldere gang van zaken en inspraak wanneer dat gewenst is. Hopelijk brengen de medische specialisten in het UMC Utrecht dit een stapje dichterbij.