September 14, 2010 op 10:35 pm · Geplaatst onder Slimmer werken, Social web, Zorginnovatie, het nieuwe werken, jeugdzorg door Laurens Waling
Bureaucratie is een prachtige uitvinding. Met regels en afspraken vermijden we onzekerheid en zorgen we ervoor dat zichzelf herhalende processen beheersbaar blijven. In een wereld die snel verandert en waarin complexiteit er voor zorgt dat elke situatie anders is, kan bureaucratie echter tot veel frustratie leiden. Het beperkt de mogelijkheden om flexibel in te spelen op veranderingen, of snel zaken te realiseren voor individuele afwijkingen.
Gelukkig is er easycratie! Een term geïntroduceerd in het gelijknamige boek van Martijn Aslander en Erwin Witteveen. Easycratie geeft perfect weer dat er naast de bureaucratie ook een wereld mogelijk is, waarin individuen zelf direct realiseren wat zij belangrijk vinden. Zonder toestemming, projectbudget of toegewezen uren, maar op basis van sociaal kapitaal, toegankelijke kennisbronnen en verbondenheid. Vertrouwen in de kracht van het individu staat centraal.
Juist in de jeugdzorg hebben we de afgelopen jaren te veel blind gevaren op bureaucratie. Overal zijn protocollen voor gemaakt. Het net van regelgeving werkt vaak verstikkend. Vraag maar eens aan jeugdzorgmedewerkers of zij het nog leuk vinden om in de jeugdzorg te werken. Gelukkig zijn er nog altijd mensen die gepassioneerd blijven voor het helpen van mensen en zich niet laten afschrikken door het regeldoolhof.
Wanneer je Easycratie leest, barst het opeens van de kansen om juist met deze gepassioneerde medewerkers aan de slag te gaan om een beter jeugdzorgklimaat te realiseren. Een cultuur waarin het helpen van kinderen en ouders centraal staat, en ‘de manier waarop’ volgend is aan de behoefte van het gezin. Een verbeterde wereld die begint bij jezelf.
De snel voortschrijdende kansen van Internet geven deze beweging de wind in de rug. Op de LinkedIn groep Jeugdzorg 2.0 zie je tal van voorbeelden voorbij komen. Neem bijvoorbeeld Tungle.me, een gratis online applicatie om externen afspraken in je Outlook agenda te laten maken en te verzetten. Iedereen kan hier zelf mee aan de slag, om de jeugdzorg laagdrempeliger te maken voor cliënten. Maar ook het gebruik van Yammer tussen jeugdzorgmedewerkers (een soort besloten Twitter) stimuleert sterk de kennisuitwisseling en creëert extra binding.
Zo kunnen medewerkers met tal van innovaties zelf aan de slag, om van binnenuit organisaties te vernieuwen. Mooi he? Er is geen geld, commitment of ICT-kennis voor nodig. Gepassioneerde medewerkers die je stimuleert en een beetje ruimte en vertrouwen geeft om nieuwe dingen te proberen, is voldoende. Het principe van ‘zwermen’ die taakgericht aan een opdracht werken (ook aangehaald in Easycratie), biedt ook allerlei kansen voor multidisciplinaire teams in de jeugdzorg. Natuurlijk doen we dat al, maar nog veel te formeel, projectmatig en plichtmatig. Formeel ontstaat behoudenheid, informeel bereik je voortuitgang.
En zelfs als we binnen organisaties deze kansen niet benutten, zorgen ontwikkelingen van buitenaf wel dat de sector verandert. Nieuwe initiatieven voor particuliere jeugdzorg schieten als paddenstoelen uit de grond. Zij werken efficiënter en effectiever , maar zijn bovenal nog leuker ook, omdat ze geen last hebben van bureaucratie.
De revolutie van sociale media verandert de wereld. De invloed van easycratie kunnen we (gelukkig) niet tegenhouden in jeugdzorg. Het is aanpassen, of gepasseerd worden; zowel voor de individuele medewerkers als op organisatieniveau. Doe je mee? Hoe 2.0 is jouw organisatie?
November 19, 2009 op 8:37 am · Geplaatst onder Social web, Zorginnovatie door Laurens Waling
Al jaren loopt de discussie hoe de overheid effectief kan ingrijpen bij probleemjongeren. Van nieuwe oproepen om risicojongeren sneller te signaleren kijken we nauwelijks meer op. Maar wat werkt dan wel? Misschien moeten we de jongeren met hun eigen middelen gaan benaderen en de ogen eens openen voor social media.
De vele partijen die zich met het kind bezig houden doorgaan allemaal professionaliseringstrajecten en de hele jeugdketen gaat op de schop. Nieuwe financiering in de jeugdzorg. De opkomst van de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG). Zelfs informatievoorziening krijgt meer en meer aandacht. Zo wint de verwijsindex snel terrein en wordt in de Jeugdgezondheidszorg het Digitaal Dossier JGZ ingevoerd. Binnen de CJG’s werken we de laatste tijd ook op steeds meer plekken aan integrale informatievoorziening. Onderzoek dat Alares hier naar deed is gepubliceerd door het Programmaministerie voor Jeugd en Gezin en moet een boost geven aan de aandacht voor informatievoorziening op gemeentelijk niveau.
Ondanks dat we natuurlijk nog veel kunnen professionaliseren, herorganiseren en informatiseren (en we zullen hier de komende tijd nog volop mee bezig zijn) is er misschien wel meer nodig. Ik denk hierbij aan het volgende: daadwerkelijk samenwerken, kennis delen en het gebruik van social media hierbij. Ik leg dit uit:
Het Programmaministerie doet verschillende pogingen om alle partijen die zich bezig houden met het (lokale) jeugdbeleid te laten samenwerken. Maar hoe gaan we van praten over samenwerken naar daadwerkelijk samen kinderen helpen? We schermen met woorden als zorgcoordinatie, maar zie dit maar eens in te vullen. Een kind is niet alleen, maar staat in een dynamische omgeving. Factoren als het gezin worden steeds vluchtiger als de problematiek toeneemt. De effectieve manier om daar tussendoor zorg te organiseren is niet door structuur aan te leggen, maar juist van vrijheden gebruik te maken. Professionals hebben flexibiliteit nodig om aan te sluiten bij de specifieke lokale situatie. Niet (alleen) gestructueerde informatievoorziening, maar juist innovatieve kennisdeling is hierbij de oplossing.
Niet geheel toevallig weet Alares hier alles van. We organiseren dit jaar een succesvolle serie workshops Spelen met Innovatie. Organisaties waarin niet structuren maar adhoc samenwerkingsverbanden leidend zijn, hebben meer baat bij social media tools om kennis te delen dan gestructureerde systemen. Waarom zou dit niet gelden voor de jeugdzorg? Of anders gezegd: laten we eens kijken naar de mogelijkheden om bijvoorbeeld YouTube, wiki’s, blogs, Twitter en LinkedIn in te zetten helpen van risicokinderen.
- Spoor ze op! Duik eens in de leefwerelden van jongeren op bijvoorbeeld MSN en Hyves om te zien waar ze mee bezig zijn, en wat voor problemen ze zelf signaleren. Online communiceren ze met vriendjes. Ook hun ouders zien wat hier gebeurt. Nieuwe communicatievormen ontstaan. Normen en waarden verschuiven. Online pesten is best lastig als iedereen kan zien wat je zegt, en dit voor altijd wordt vastgelegd.
- Bekijk niet alleen de negatieve kanten, maar ook de positieve. Dit geldt op groepsniveau, maar ook op persoonljk niveau: professionals hebben de neiging eerder op de risicofactoren dan op de beschermende factoren te focussen (negatief + positief is neutraal).
- Interact: de debacels rondom baarmoederhalskanker en (zelfs nu de overheid denkt van de vorige inentingen geleerd te hebben gebeurt het opnieuw) met de griepprik spreken boekdelen: online ontstaan nieuwe denkbeelden als je alleen traditionele media gebruikt om jouw boodschap te verkondigen.
- Laat zien wat je doet. Tranparantie is niet voor niks een nieuwe belangrijke norm in het digitale tijdperk. We hebben er weinig aan als we niet snappen wat al die partijen voor jeugd eigenlijk aan het doen zijn. Ik wacht nog steeds op de eerste Twitterende jeugdarts, die laat zien wat voor nuttig werk hij/zij eigenlijk doet!
- En deel kennis! Heb je iets gevonden, deel het dan direct met andere professionals. Op individueel niveau (nog wel even alertheid voor privacy), groepsniveau of nieuwe ontwikkelingen die de hele sector aangaan. Deel ze met elkaar door gebruik te maken van het scala aan kennisdelingsmiddelen die Web2.0 te bieden heeft.
De eerste ideeen in deze richting beginnen vorm te krijgen. Het Programmaministerie laat de eerste proefballonnetjes op, binnen de VNG worstelt men met deze ideeen, GGD Nederland wil er graag mee aan de slag, ActiZ vindt het vooral spannend en de MOgroep wil graag weten waar ze moeten beginnen. Er ontstaat een markt voor succesvolle initatieven. Het duurt vast niet lang meer voor we ook daadwerkelijk over de eerste ervaringen in deze sector kunnen gaan schrijven. En weet je wat ik nu het mooiste vind: het werken met deze tools is nog leuk ook! Laten we niet vergeten dat het daarom gaat: mensen helpen is moet leuk mensenwerk blijven! Niet voor niks heet het ’social’!