inicio mail me! sindicaci;ón

Archive for Slimmer werken

Easycratie in de jeugdzorg

Bureaucratie is een prachtige uitvinding. Met regels en afspraken vermijden we onzekerheid en zorgen we ervoor dat zichzelf herhalende processen beheersbaar blijven. In een wereld die snel verandert en waarin complexiteit er voor zorgt dat elke situatie anders is, kan bureaucratie echter tot veel frustratie leiden. Het beperkt de mogelijkheden om flexibel in te spelen op veranderingen, of snel zaken te realiseren voor individuele afwijkingen.

Gelukkig is er easycratie! Een term geïntroduceerd in het gelijknamige boek van Martijn Aslander en Erwin Witteveen. Easycratie geeft perfect weer dat er naast de bureaucratie ook een wereld mogelijk is, waarin individuen zelf direct realiseren wat zij belangrijk vinden. Zonder toestemming, projectbudget of toegewezen uren, maar op basis van sociaal kapitaal, toegankelijke kennisbronnen en verbondenheid. Vertrouwen in de kracht van het individu staat centraal.

Juist in de jeugdzorg hebben we de afgelopen jaren te veel blind gevaren op bureaucratie. Overal zijn protocollen voor gemaakt. Het net van regelgeving werkt vaak verstikkend. Vraag maar eens aan jeugdzorgmedewerkers of zij het nog leuk vinden om in de jeugdzorg te werken. Gelukkig zijn er nog altijd mensen die gepassioneerd blijven voor het helpen van mensen en zich niet laten afschrikken door het regeldoolhof.

Wanneer je Easycratie leest, barst het opeens van de kansen om juist met deze gepassioneerde medewerkers aan de slag te gaan om een beter jeugdzorgklimaat te realiseren. Een cultuur waarin het helpen van kinderen en ouders centraal staat, en ‘de manier waarop’ volgend is aan de behoefte van het gezin. Een verbeterde wereld die begint bij jezelf.

De snel voortschrijdende kansen van Internet geven deze beweging de wind in de rug. Op de LinkedIn groep Jeugdzorg 2.0 zie je tal van voorbeelden voorbij komen. Neem bijvoorbeeld Tungle.me, een gratis online applicatie om externen afspraken in je Outlook agenda te laten maken en te verzetten. Iedereen kan hier zelf mee aan de slag, om de jeugdzorg laagdrempeliger te maken voor cliënten. Maar ook het gebruik van Yammer tussen jeugdzorgmedewerkers (een soort besloten Twitter) stimuleert sterk de kennisuitwisseling en creëert extra binding.

Zo kunnen medewerkers met tal van innovaties zelf aan de slag, om van binnenuit organisaties te vernieuwen. Mooi he? Er is geen geld, commitment of ICT-kennis voor nodig. Gepassioneerde medewerkers die je stimuleert en een beetje ruimte en vertrouwen geeft om nieuwe dingen te proberen, is voldoende. Het principe van ‘zwermen’ die taakgericht aan een opdracht werken (ook aangehaald in Easycratie), biedt ook allerlei kansen voor multidisciplinaire teams in de jeugdzorg. Natuurlijk doen we dat al, maar nog veel te formeel, projectmatig en plichtmatig. Formeel ontstaat behoudenheid, informeel bereik je voortuitgang.

En zelfs als we binnen organisaties deze kansen niet benutten, zorgen ontwikkelingen van buitenaf wel dat de sector verandert. Nieuwe initiatieven voor particuliere jeugdzorg schieten als paddenstoelen uit de grond. Zij werken efficiënter en effectiever , maar zijn bovenal nog leuker ook, omdat ze geen last hebben van bureaucratie.

De revolutie van sociale media verandert de wereld. De invloed van easycratie kunnen we (gelukkig) niet tegenhouden in jeugdzorg. Het is aanpassen, of gepasseerd worden; zowel voor de individuele medewerkers als op organisatieniveau. Doe je mee? Hoe 2.0 is jouw organisatie?

Jeugdzorg 2.0 – De sector in beweging

De jeugdzorg snakt naar vernieuwing. Stel dat we de hulpverlening voor ouders en jongeren eens helemaal opnieuw mogen vormgeven. Blijven er dan nog wachtlijsten, caseload, administratieve lasten, werkdruk en ontevreden cliënten over? Hoe krijg je zo’n sector in beweging? Jeugdzorg 2.0 schept innovatieve oplossingen door met nieuwe media pioniers uit het veld te verbinden. Samen zorgen we voor innovatie in een kansrijke sector.
Het is duidelijk dat we de jeugdgezondheidzorg en hulpverlening aan jongeren beter kunnen organiseren. De technologie van 2010 biedt de jeugdzorg mooie kansen om te vernieuwen. Voorwaarde voor structurele innovatie is dat we kansen in de organisatie gaan zien en benutten. Want innovatie is meer dan techniek alleen, het vergt een verandering van denkwijze, werkwijze en manier van organiseren. Daar ligt nu juist de uitdaging voor de jeugdzorg. Het kan. Dit laten we zien met Jeugdzorg 2.0. 

De mogelijkheden voor de jeugdzorg groeperen we rondom drie hoofdthema’s: (1) participatie van jongeren en ouders, (2) slimmer kennis delen en (3) anders innoveren. De rode draad hierdoor heen is de inzet van nieuwe media en sociale innovatie. Ik kom hierop terug, na het verkennen van de drie thema’s.

(1) Participatie van jongeren en ouders
Dat jeugdzorg niet om individuele kinderen gaat weten we. Oorzaken zijn vaak dieper geworteld in gezin, omstandigheden en omgeving. De erkenning van die complexiteit heeft de afgelopen jaren geleid tot vernieuwingen. Hulpverlenen op basis van empowerment, vraaggericht werken en netwerkversterkende methodieken zijn weliswaar gemeengoed geworden, maar langzaam tot stand gekomen. Ingeperkte participatie, bescherming, weinig gebruik maken van protectieve factoren in het gezin zelf, bureaucratie, beeldvorming over jeugdzorg en vervolgingsangst hebben geleid tot een voorzichtigheid, zorgvuldigheid, maar ook betutteling die de ontwikkeling van nieuwe initiatieven remt. Dat alles evidenced based moet zijn draagt bij aan kwaliteit, maar schrikt wellicht ook af. Wikken en wegen; goed bedoeld, maar hierdoor loopt het tempo niet in de pas met andere maatschappelijke ontwikkelingen. Met name de ontwikkelingen op het Internet gaan snel. Nu met deze middelen aansluiten op de cliënt verbetert de dienstverlening en waardering voor de sector als geheel aanzienlijk.

Met online hulpverlening kunnen we bijvoorbeeld gezinnen efficiënt helpen. Veel face-to-face bijeenkomsten kunnen we vervangen door chatcontact. Talloze succesvolle initiatieven op dit gebied vind je in het handboek Online hulpverlening (Schalken, 2010) van de Stichting e-hulp.nl. Online hulpverlening resulteert in een betere bereikbaarheid, transparantere zorg en betere hulpverlening. En we kunnen sociale netwerken en communities inzetten om jongeren beter (ook preventief) te bereiken. Logisch, want hier is de doelgroep te vinden. Jongeren e-mailen elkaar steeds minder en zijn te vinden op Facebook. Het is lastig voor jeugdzorgorganisaties om bedrijfsmatig aan te sluiten bij de dynamische leefwereld van jongeren. Jongeren hebben hun sociale netwerk online, weten goed onderscheid te maken tussen wat zij delen met vrienden en hoe zij met jeugdhulpverlening in contact willen staan. Kunnen professionals de mogelijkheden van Facebook of smartphones tijdens een behandeling inzetten?

Stel je eens voor dat het lukt om gezinnen die dit willen, een online behandelomgeving te geven met toegang tot hun eigen dossiers. Dat we ICT inzetten om kennis effectief over te dragen en dat we ‘de doelgroep’ transformeren tot een groep met een doel. Groepen die zelf willen werken aan verbetering, en via Internet kiezen van welke hulpverlener zij gebruik willen maken. Hiervoor is de inzet van nieuwe media van belang. Dit betekent: sociale innovatie. Denk je in dat zorgverleners voor een coachende rol kiezen en gezinnen in een dialoog stimuleren om aan hun gedrag en gezondheid te werken, naast aandacht voor problemen. Dat we ouders in principe zelf casemanager maken en ‘zorgcoördinatie-overleg’ met hen erbij voeren. De combinatie van nieuwe media en sociale innovatie creëert uitdagende mogelijkheden om met jongeren en ouders erbij de jeugdzorg doelmatiger in te richten, ofwel om de jeugdzorg baanbrekend te innoveren.

(2) Slimmer kennis delen
Wanneer je snel en effectief wilt vernieuwen dan is kennis delen essentieel. De ontwikkelingen gaan razendsnel. Alleen door met elkaar kennis goed te delen kunnen we tijdig inspelen op nieuwe kansen. En ook daar biedt de komst van laagdrempelige nieuwe media uitkomst. Hierdoor kunnen professionals met elkaar in verbinding staan en hun vraagstukken en oplossingen uitwisselen. Laten we vooral ook uitwisselen wat er goed gaat, op die manier maken we het werken in de sector ook leuker.

Een groot scala aan online applicaties biedt mogelijkheden het werk flexibel te organiseren, effectief met elkaar te communiceren en kennis direct beschikbaar te stellen aan de doelgroep en andere professionals. Al eens gekeken op www.lifehacking.nl of www.jeugdzorgtips.nl? Vergaderen (lees effectief afstemmen) kan ook online. Iedereen kan met een paar klikken zijn eigen community starten. Via applicatie zoals Google Sites kunnen samenwerkende professionals organisatieoverstijgend hun agenda, documenten en vraagstukken met elkaar delen. Hoe handig is het als je een gezinsplan centraal kunt opslaan en bewerken, zonder dat je dit (fysiek of per mail) hoeft uit te wisselen? Slimmer werken en kennis delen is dankzij Internet voor iedereen binnen handbereik.  

Het slim delen van kennis is een belangrijke voorwaarde voor innovatie en verbeteringen van de sector. Daarvoor moeten we wel los komen uit de bestaande paradigma’s, pas als we anders gaan denken kunnen we de jeugdzorg ook anders organiseren!

(3) Anders innoveren
We weten uit het verleden dat niet effectief is om alleen van bovenaf verandering op te leggen. De politiek of het bestuur van een organisatie krijgt geen grip op innovatie door alleen een pot met geld voor ‘innovatie’ vrij te maken. Daarmee misken je de dynamiek van de dagelijkse praktijk. Het gevolg: geen commitment, projecten lopen uit het spoor, er worden onnodig dure systemen geïmplementeerd en de cliënt is nog steeds niet beeld. We implementeren systemen technisch, zonder dat zij succesvol gebruikt worden. We kunnen de cliënt nog steeds niet volgen. Medewerkers in de jeugdzorg herkennen dit beeld, innovaties die van bovenaf bedacht worden, zijn weinig effectief. De subsidies die deze innovaties moeten stimuleren geven juist de verkeerde prikkels. Innovatie ontstaat vaak vanuit schaarste en laat zich niet makkelijk in projecten met een afgebakend doel gieten. Hoe kan het anders dat wanneer een medewerker zelf met een kleine procesverbetering komt, iedereen zonder ook maar te vragen om extra geld of tijd hiermee aan de slag gaat. Waarom zijn er zoveel start-ups, zelfstandigen of medewerkers die in hun vrije tijd bezig zijn met het vernieuwen van de jeugdzorg? Juist, omdat zij zien dat innovatie wel kan, als je maar begint aan de basis.  

Einstein: “We can’t solve problems by using the same kind of thinking we used when we created them.”

Natuurlijk speelt het management, bestuur en politiek een belangrijke rol. De rol is echter niet het initiëren van de innovatie maar het faciliteren en stimuleren van de innovatie. Dit vraagt om managen 2.0. Dat betekent voor manager (en professional) sturen op kwaliteit en resultaat, op basis van vertrouwen in plaats van controle. Het betekent ook sturen op verantwoordelijkheid en verantwoording. Hier horen het mogelijk maken van experimenteerruimte en (gecalculeerde) risico’s bij, evenals het durven gebruiken van nieuwe media. Kortom samen je nek durven uitsteken. Er moet tijd zijn voor het uitwisselen van ervaringen en voor reflectie. Vervolgens moet het management open staan voor vernieuwing en met name vertrouwen hebben in professionals om ze vrij te laten in de adoptie van nieuwe technieken.

Jeugdzorg 2.0
Jeugdzorg 2.0 is een snelgroeiende beweging die in korte tijd veel aandacht heeft gekregen. Het staat voor het verbinden van pioniers die een passie hebben om de jeugdzorg te vernieuwen. Centraal hierbij staat de inzet van nieuwe media en sociale innovatie. Door anders te denken ontstaan er vele mogelijkheden de jeugdzorg slimmer te organiseren. Met Jeugdzorg 2.0 verbinden we (mede door de inzet van social media) precies die mensen die al innovatief denken. We faciliteren koplopers om gezamenlijk tot innovatiekracht te komen. Het basis principe is ‘sociaal kapitaal’. Juist door het niet institutionaliseren, niet subsidiëren en het wegblijven van belangen blijven we effectief. Puur op basis van enthousiasme van de deelnemers kunnen we groeien tot een beweging die het verschil maakt.


Over de auteur
Laurens Waling is senior adviseur bij Alares en initiatiefnemer van Jeugdzorg 2.0. Begin 2010 zijn we gestart in de LinkedIn groep Jeugdzorg 2.0, waar nu bijna 700 leden met elkaar in verbinding staan. Op 3 juni was er een eerste bijeenkomst – ontstaan via online crowd-organization – waar ruim 200 betrokkenen uit de sector op afkwamen. De drive die dit netwerk hier met elkaar deelde, trekt nu als een frisse wind door Nederland. In de vier grote steden en in elke provincie organiseren vrijwilligers vervolgevenementen Jeugdzorg 2.0. Ook gaan we aan de slag met een proeftuin, een etalage en een serious game Jeugdzorg 2.0. De ontwikkelingen zijn via www.jeugdzorg20.nl allemaal te volgen.

Slimmer samenwerken in de Centra voor Jeugd en Gezin en Veiligheidshuizen

De instanties die betrokken zijn bij het voorkomen, opsporen en helpen van probleemgezinnen werken al jaren beperkt samen. In het Centrum voor Jeugd en Gezin moeten hulpverleners die betrokken zijn de preventie van problemen vanuit één loket de gezinnen tegemoet treden. Kernpartners zijn hier de jeugdgezondheidszorg (GGD en consultatiebureaus), jeugdhulpverlening van Bureau Jeugdzorg (BJZ is al een ketenoplossing op zichzelf) en maatschappelijk werk. Het concept van de veiligheidshuizen dwingt op een zelfde manier het Openbaar Ministerie, de Politie en de afdeling Reclassering van Bureau Jeugdzorg met elkaar samen te werken.

Wie zich verdiept in deze concepten, ziet al snel waarom professionals niet goed samenwerken:

  • Verschillende talen, begrippen, werkwijzen en regelgeving maken communicatie en goede samenwerking lastig.
  • Verschillen in cultuur, type opleiding en niveau zorgen voor afstanden tussen de verschillende disciplines.
  • Verschillende automatiseringsgraden en systemen zorgen ervoor dat informatie beperkt digitaal beschikbaar of uitwisselbaar is. Veelal werkt men nog op papier.
  • Iedereen werkt op zijn eigen manier aan verbetering van de situatie, zonder deze kennis goed te delen.
  • De druk om de privacy van gezinnen te beschermen blokkeert het delen van informatie tussen hulpverleners. Verschillende onderzoeken laten zien dat in het belang van het kind eigenlijk meer informatie gedeeld mag worden, dan dat er op dit moment gebeurt.  
  • Tegelijkertijd zorgen ernstige incidenten voor een (media)druk op de sector. Deze spanning leidt niet tot meer samenwerking, maar tot een individueel ingraven in bureaucratie: de neiging bestaat alles vast te willen leggen om zich te kunnen verantwoorden. Onder de bureaucratische druk (waarbij het wel lijkt alsof er steeds meer regels komen om de regelgeving te verminderen…) wordt al het initiatief tot vernieuwing plat geslagen.

Alles bij elkaar hangt er een sfeer van suboptimale samenwerking, maar lijkt men te verstard om verbeteringen aan te pakken. Zowel het CJG als het Veiligheidshuis zijn voornamelijk institutionele oplossingen voor bovengenoemde samenwerkingsproblemen. Op zich zijn de nieuwe organisatievormen een goede ontwikkeling, mits er op een slimme manier invulling aan de concepten wordt gegeven. Dit mag van Rouvoet decentraal gebeuren, zodat we niet een, maar eigenlijk 400 (per gemeente) verschillende smaken krijgen. Wij volgen de ontwikkelingen door het hele land al een tijdje op de voet. Wat valt zowel in de eerste CJG’s als de eerste Veiligheidshuizen op?

  • De verschillen in opzet zijn groot. Men is in de meeste regio’s vooral fysiek bij elkaar gekomen, maar werkt nog steeds op de oude manier (langs elkaar heen). Verschillen worden nog beperkt overbrugt. Cultuurverandering kan alleen langzaam?
  • Digitale informatiesystemen zijn zeer beperkt aanwezig. Men werkt veelal met eigen systemen en voert nieuwe systemen  nog per organisatie in (het Digitaal Dossier JGZ). Het enige gezamenlijke systeem dat er is (de Verwijsindex Risico’s Jeugdigen) geeft geen informatie over wat er met kinderen aan de hand is. Het heeft (nog) geen prioriteit om gezamenlijk een registratie voor procesinformatie of beleidsinformatie op te zetten. Zie ook ons onderzoek ‘Digitaal Geschakeld’ in opdracht van het Programmaministerie voor Jeugd en Gezin hiernaar.
  • Simpele zaken die het samenwerken in een organisatie zo prettig maken zijn op CJG niveau nog niet geregeld. Er is geen intranet, men kan niet in elkaars agenda, er is nauwelijks centraal overleg en er is nog geen telefooncentrale.
  • De kosten voor o.a. nieuwe gebouwen, projectleiders en werkgroepen zijn gigantisch. Wethouders steken graag geld (grotendeels rechtstreeks afkomstig van het Rijk) in het optuigen van nieuwe organisaties.
  • Niemand heeft een gevoel bij de effectiviteit van de nieuwe organisaties. Het aantal burgers dat de nieuwe organisaties weet te vinden is in ieder geval beperkt.

Laten we niet te kritisch zijn en kijken naar de mogelijkheden. Welke kansen laten we nog onbenut?

  • Je hoeft geen fysiek CJG te hebben om als virtuele organisatie met elkaar samen te werken. Je moet elkaar gewoon kennen, regelmatig tegenkomen (en niet alleen in werkoverleg) en elkaar weten te vinden. Kortom, de sterke kanten van elkaar weten te vinden en benutten. Op die manier ontstaat samenwerking vanzelf.
  • Het lage aantal fysieke bezoekers kunnen we oplossen door te kijken naar de online mogelijkheden. Virtuele CJG’s zijn sterk in opkomst; nu nog een hierop afgestemde back-office.
  • Online tools maken samenwerking makkelijker. Denk bijvoorbeeld aan een gezamenlijke kennisomgeving (zoals een Ning) om informatie centraal te delen. Ook Skype kan veel onnodig e-mailverkeer en overvolle inboxen voorkomen. Direct zien wie er beschikbaar is, instant messages sturen of een conference call met beeld erbij starten biedt mogelijkheden voor veilige, snelle, toegankelijke en ‘warme’ communicatie .
  • Ook social media (zoals Hyves, Facebook, LinkedIn en Twitter) kennen tal van mogelijkheden voor de sector om slimmer te communiceren, elkaar te leren kennen, samen te werken en met de jeugdige doelgroep in contact te komen. (Zie ook mijn vorige blog. Ik zit nog steeds te wachten op de eerste Twitterende jeugdartsen of hulpverleners.)

De genoemde oplossingen zijn wellicht nieuw voor de sector, maar bewijzen al geruime tijd hun waarde in professionele settings in andere sectoren. Vaak onder de noemer ‘het nieuwe werken’ of 2.0.

Kortom, samenwerken vergt een gezamenlijke cultuur, een veelvoud van momenten en mogelijkheden om elkaar (virtueel) te ontmoeten, bekendheid met elkaars competenties en gebruik maken van dezelfde systemen. Een flinke uitdaging, maar hard nodig om van navelstaren te komen tot een gezamenlijke externe oriëntatie op problemen en oplossingen. Pas dan ontstaat CJG2.0 of Veiligheidshuis2.0. Ik geloof er echt in: het benutten van de digitale mogelijkheden voorkomt verstarring, geeft samenwerking een boost en maakt werken in de jeugdketen weer leuk. Maar dat moet je wel durven!