inicio mail me! sindicaci;ón

Archive for informatieuitwisseling

Aansluiting onderwijs op CJG: enorm complex maar essentieel

De zorg om onze jeugd krijgt de laatste jaren meer en meer aandacht. Onder de direct betrokken hulpverleners heerste al langer de wens om nauwer samen te werken en door verschillende incidenten zijn externe betrokkenen nu ook overtuigd dat er anders samengewerkt moet worden. Partijen in de preventie- en repressiefase zoeken elkaar meer en meer op en worden hiertoe ook gestimuleerd. Het onderwijs lijkt daarbij steeds niet in het primaire proces te worden betrokken. Dit terwijl zij wel een belangrijke rol vervullen in de zorg om het kind.

Slimmer samenwerken in de jeugd(gezondheids)zorgketen verbetert de kwaliteit van de zorg en minimaliseert incidenten. Verschillende initiatieven worden ontplooid. Rondom repressie worden Veiligheidshuizen in hoog tempo opgericht. Partijen als het Openbaar Ministerie, Bureau Jeugdzorg, reclassering, kinderbescherming en nog vele anderen werken samen om criminaliteit te onderdrukken of te voorkomen. Aan de voorkant van de keten (preventie) werken partijen als de GGD, maatschappelijk werk en consultatiebureaus samen in Centra voor Jeugd en Gezin (CJG). De CJG’s zijn de aangewezen partij die ouders en jongeren helpen bij opvoeden en opgroeien. Daarbij hebben de CJG’s een belangrijke signalerende functie. In beide gevallen is het bundelen van de kennis van de professionals de sleutel tot nieuwe inzichten. Inzichten die in sommige gevallen essentieel zijn voor de zorg om de jeugd.

Het bewust beter samenwerken in de keten wordt vooralsnog voornamelijk fysiek vormgegeven (ruimte/inrichting/partijen). Er wordt nog te weinig aandacht besteed aan de invulling van de samenwerking, het delen van kennis en informatie en het beschikbaar stellen van stuurinformatie. Nu koplopers in de ketensamenwerking al verder ontwikkeld zijn wordt er meer en meer nagedacht over de visie op samenwerken. Het onderwijs komt dan als belangrijke partner in de jeugdketen steeds om de hoek kijken. De aansluiting van het onderwijs op de jeugdketen is essentieel maar lijkt in de praktijk moeilijk te organiseren. Het gevolg is dat de koppeling nog te weinig wordt gelegd. Is dat erg?

Ja, dat is erg! Het lijkt alsof het onderwijs als aparte zuil wordt gezien en geen logisch kernonderdeel is van de zorgketen rondom de jeugd (preventie en repressie). Dit terwijl het onderwijs juist de plek is waar alle kinderen vindbaar zijn. Het onderwijs heeft misschien wel de allerbelangrijkste signaleringsfunctie. Veel scholen zijn met deze reden op zoek naar een aansluitingsvorm op de zorgketen rondom de jeugd. Ook de huidige ketenpartners zien de toegevoegde waarde van de samenwerking maar merken tegelijk dat de samenwerking een complexe organisatie is.

De VNG bracht als reactie hierop een boekje uit met tips voor het samenwerken aan preventie tussen bijvoorbeeld school en CJG. Deze tips geven alleen geen houvast voor een wijze waarop de organisatie vormgegeven kan worden rondom de samenwerking. Verschillende koplopers zijn aan het zwemmen rondom de organisatie en vinden allen zelf het wiel uit. Bundeling van ervaringen lijkt voor iedereen een toegevoegde waarde te hebben.  Door samen te werken in de aansluiting van het onderwijs op de zorgketen bereiken we meer dan de organisaties afzonderlijk kunnen. Wij dagen jullie uit met ons mee te denken over dit complexe onderwerp.

Slimmer samenwerken in de Centra voor Jeugd en Gezin en Veiligheidshuizen

De instanties die betrokken zijn bij het voorkomen, opsporen en helpen van probleemgezinnen werken al jaren beperkt samen. In het Centrum voor Jeugd en Gezin moeten hulpverleners die betrokken zijn de preventie van problemen vanuit één loket de gezinnen tegemoet treden. Kernpartners zijn hier de jeugdgezondheidszorg (GGD en consultatiebureaus), jeugdhulpverlening van Bureau Jeugdzorg (BJZ is al een ketenoplossing op zichzelf) en maatschappelijk werk. Het concept van de veiligheidshuizen dwingt op een zelfde manier het Openbaar Ministerie, de Politie en de afdeling Reclassering van Bureau Jeugdzorg met elkaar samen te werken.

Wie zich verdiept in deze concepten, ziet al snel waarom professionals niet goed samenwerken:

  • Verschillende talen, begrippen, werkwijzen en regelgeving maken communicatie en goede samenwerking lastig.
  • Verschillen in cultuur, type opleiding en niveau zorgen voor afstanden tussen de verschillende disciplines.
  • Verschillende automatiseringsgraden en systemen zorgen ervoor dat informatie beperkt digitaal beschikbaar of uitwisselbaar is. Veelal werkt men nog op papier.
  • Iedereen werkt op zijn eigen manier aan verbetering van de situatie, zonder deze kennis goed te delen.
  • De druk om de privacy van gezinnen te beschermen blokkeert het delen van informatie tussen hulpverleners. Verschillende onderzoeken laten zien dat in het belang van het kind eigenlijk meer informatie gedeeld mag worden, dan dat er op dit moment gebeurt.  
  • Tegelijkertijd zorgen ernstige incidenten voor een (media)druk op de sector. Deze spanning leidt niet tot meer samenwerking, maar tot een individueel ingraven in bureaucratie: de neiging bestaat alles vast te willen leggen om zich te kunnen verantwoorden. Onder de bureaucratische druk (waarbij het wel lijkt alsof er steeds meer regels komen om de regelgeving te verminderen…) wordt al het initiatief tot vernieuwing plat geslagen.

Alles bij elkaar hangt er een sfeer van suboptimale samenwerking, maar lijkt men te verstard om verbeteringen aan te pakken. Zowel het CJG als het Veiligheidshuis zijn voornamelijk institutionele oplossingen voor bovengenoemde samenwerkingsproblemen. Op zich zijn de nieuwe organisatievormen een goede ontwikkeling, mits er op een slimme manier invulling aan de concepten wordt gegeven. Dit mag van Rouvoet decentraal gebeuren, zodat we niet een, maar eigenlijk 400 (per gemeente) verschillende smaken krijgen. Wij volgen de ontwikkelingen door het hele land al een tijdje op de voet. Wat valt zowel in de eerste CJG’s als de eerste Veiligheidshuizen op?

  • De verschillen in opzet zijn groot. Men is in de meeste regio’s vooral fysiek bij elkaar gekomen, maar werkt nog steeds op de oude manier (langs elkaar heen). Verschillen worden nog beperkt overbrugt. Cultuurverandering kan alleen langzaam?
  • Digitale informatiesystemen zijn zeer beperkt aanwezig. Men werkt veelal met eigen systemen en voert nieuwe systemen  nog per organisatie in (het Digitaal Dossier JGZ). Het enige gezamenlijke systeem dat er is (de Verwijsindex Risico’s Jeugdigen) geeft geen informatie over wat er met kinderen aan de hand is. Het heeft (nog) geen prioriteit om gezamenlijk een registratie voor procesinformatie of beleidsinformatie op te zetten. Zie ook ons onderzoek ‘Digitaal Geschakeld’ in opdracht van het Programmaministerie voor Jeugd en Gezin hiernaar.
  • Simpele zaken die het samenwerken in een organisatie zo prettig maken zijn op CJG niveau nog niet geregeld. Er is geen intranet, men kan niet in elkaars agenda, er is nauwelijks centraal overleg en er is nog geen telefooncentrale.
  • De kosten voor o.a. nieuwe gebouwen, projectleiders en werkgroepen zijn gigantisch. Wethouders steken graag geld (grotendeels rechtstreeks afkomstig van het Rijk) in het optuigen van nieuwe organisaties.
  • Niemand heeft een gevoel bij de effectiviteit van de nieuwe organisaties. Het aantal burgers dat de nieuwe organisaties weet te vinden is in ieder geval beperkt.

Laten we niet te kritisch zijn en kijken naar de mogelijkheden. Welke kansen laten we nog onbenut?

  • Je hoeft geen fysiek CJG te hebben om als virtuele organisatie met elkaar samen te werken. Je moet elkaar gewoon kennen, regelmatig tegenkomen (en niet alleen in werkoverleg) en elkaar weten te vinden. Kortom, de sterke kanten van elkaar weten te vinden en benutten. Op die manier ontstaat samenwerking vanzelf.
  • Het lage aantal fysieke bezoekers kunnen we oplossen door te kijken naar de online mogelijkheden. Virtuele CJG’s zijn sterk in opkomst; nu nog een hierop afgestemde back-office.
  • Online tools maken samenwerking makkelijker. Denk bijvoorbeeld aan een gezamenlijke kennisomgeving (zoals een Ning) om informatie centraal te delen. Ook Skype kan veel onnodig e-mailverkeer en overvolle inboxen voorkomen. Direct zien wie er beschikbaar is, instant messages sturen of een conference call met beeld erbij starten biedt mogelijkheden voor veilige, snelle, toegankelijke en ‘warme’ communicatie .
  • Ook social media (zoals Hyves, Facebook, LinkedIn en Twitter) kennen tal van mogelijkheden voor de sector om slimmer te communiceren, elkaar te leren kennen, samen te werken en met de jeugdige doelgroep in contact te komen. (Zie ook mijn vorige blog. Ik zit nog steeds te wachten op de eerste Twitterende jeugdartsen of hulpverleners.)

De genoemde oplossingen zijn wellicht nieuw voor de sector, maar bewijzen al geruime tijd hun waarde in professionele settings in andere sectoren. Vaak onder de noemer ‘het nieuwe werken’ of 2.0.

Kortom, samenwerken vergt een gezamenlijke cultuur, een veelvoud van momenten en mogelijkheden om elkaar (virtueel) te ontmoeten, bekendheid met elkaars competenties en gebruik maken van dezelfde systemen. Een flinke uitdaging, maar hard nodig om van navelstaren te komen tot een gezamenlijke externe oriëntatie op problemen en oplossingen. Pas dan ontstaat CJG2.0 of Veiligheidshuis2.0. Ik geloof er echt in: het benutten van de digitale mogelijkheden voorkomt verstarring, geeft samenwerking een boost en maakt werken in de jeugdketen weer leuk. Maar dat moet je wel durven!