inicio mail me! sindicaci;ón

Slimmer samenwerken in de Centra voor Jeugd en Gezin en Veiligheidshuizen

De instanties die betrokken zijn bij het voorkomen, opsporen en helpen van probleemgezinnen werken al jaren beperkt samen. In het Centrum voor Jeugd en Gezin moeten hulpverleners die betrokken zijn de preventie van problemen vanuit één loket de gezinnen tegemoet treden. Kernpartners zijn hier de jeugdgezondheidszorg (GGD en consultatiebureaus), jeugdhulpverlening van Bureau Jeugdzorg (BJZ is al een ketenoplossing op zichzelf) en maatschappelijk werk. Het concept van de veiligheidshuizen dwingt op een zelfde manier het Openbaar Ministerie, de Politie en de afdeling Reclassering van Bureau Jeugdzorg met elkaar samen te werken.

Wie zich verdiept in deze concepten, ziet al snel waarom professionals niet goed samenwerken:

  • Verschillende talen, begrippen, werkwijzen en regelgeving maken communicatie en goede samenwerking lastig.
  • Verschillen in cultuur, type opleiding en niveau zorgen voor afstanden tussen de verschillende disciplines.
  • Verschillende automatiseringsgraden en systemen zorgen ervoor dat informatie beperkt digitaal beschikbaar of uitwisselbaar is. Veelal werkt men nog op papier.
  • Iedereen werkt op zijn eigen manier aan verbetering van de situatie, zonder deze kennis goed te delen.
  • De druk om de privacy van gezinnen te beschermen blokkeert het delen van informatie tussen hulpverleners. Verschillende onderzoeken laten zien dat in het belang van het kind eigenlijk meer informatie gedeeld mag worden, dan dat er op dit moment gebeurt.  
  • Tegelijkertijd zorgen ernstige incidenten voor een (media)druk op de sector. Deze spanning leidt niet tot meer samenwerking, maar tot een individueel ingraven in bureaucratie: de neiging bestaat alles vast te willen leggen om zich te kunnen verantwoorden. Onder de bureaucratische druk (waarbij het wel lijkt alsof er steeds meer regels komen om de regelgeving te verminderen…) wordt al het initiatief tot vernieuwing plat geslagen.

Alles bij elkaar hangt er een sfeer van suboptimale samenwerking, maar lijkt men te verstard om verbeteringen aan te pakken. Zowel het CJG als het Veiligheidshuis zijn voornamelijk institutionele oplossingen voor bovengenoemde samenwerkingsproblemen. Op zich zijn de nieuwe organisatievormen een goede ontwikkeling, mits er op een slimme manier invulling aan de concepten wordt gegeven. Dit mag van Rouvoet decentraal gebeuren, zodat we niet een, maar eigenlijk 400 (per gemeente) verschillende smaken krijgen. Wij volgen de ontwikkelingen door het hele land al een tijdje op de voet. Wat valt zowel in de eerste CJG’s als de eerste Veiligheidshuizen op?

  • De verschillen in opzet zijn groot. Men is in de meeste regio’s vooral fysiek bij elkaar gekomen, maar werkt nog steeds op de oude manier (langs elkaar heen). Verschillen worden nog beperkt overbrugt. Cultuurverandering kan alleen langzaam?
  • Digitale informatiesystemen zijn zeer beperkt aanwezig. Men werkt veelal met eigen systemen en voert nieuwe systemen  nog per organisatie in (het Digitaal Dossier JGZ). Het enige gezamenlijke systeem dat er is (de Verwijsindex Risico’s Jeugdigen) geeft geen informatie over wat er met kinderen aan de hand is. Het heeft (nog) geen prioriteit om gezamenlijk een registratie voor procesinformatie of beleidsinformatie op te zetten. Zie ook ons onderzoek ‘Digitaal Geschakeld’ in opdracht van het Programmaministerie voor Jeugd en Gezin hiernaar.
  • Simpele zaken die het samenwerken in een organisatie zo prettig maken zijn op CJG niveau nog niet geregeld. Er is geen intranet, men kan niet in elkaars agenda, er is nauwelijks centraal overleg en er is nog geen telefooncentrale.
  • De kosten voor o.a. nieuwe gebouwen, projectleiders en werkgroepen zijn gigantisch. Wethouders steken graag geld (grotendeels rechtstreeks afkomstig van het Rijk) in het optuigen van nieuwe organisaties.
  • Niemand heeft een gevoel bij de effectiviteit van de nieuwe organisaties. Het aantal burgers dat de nieuwe organisaties weet te vinden is in ieder geval beperkt.

Laten we niet te kritisch zijn en kijken naar de mogelijkheden. Welke kansen laten we nog onbenut?

  • Je hoeft geen fysiek CJG te hebben om als virtuele organisatie met elkaar samen te werken. Je moet elkaar gewoon kennen, regelmatig tegenkomen (en niet alleen in werkoverleg) en elkaar weten te vinden. Kortom, de sterke kanten van elkaar weten te vinden en benutten. Op die manier ontstaat samenwerking vanzelf.
  • Het lage aantal fysieke bezoekers kunnen we oplossen door te kijken naar de online mogelijkheden. Virtuele CJG’s zijn sterk in opkomst; nu nog een hierop afgestemde back-office.
  • Online tools maken samenwerking makkelijker. Denk bijvoorbeeld aan een gezamenlijke kennisomgeving (zoals een Ning) om informatie centraal te delen. Ook Skype kan veel onnodig e-mailverkeer en overvolle inboxen voorkomen. Direct zien wie er beschikbaar is, instant messages sturen of een conference call met beeld erbij starten biedt mogelijkheden voor veilige, snelle, toegankelijke en ‘warme’ communicatie .
  • Ook social media (zoals Hyves, Facebook, LinkedIn en Twitter) kennen tal van mogelijkheden voor de sector om slimmer te communiceren, elkaar te leren kennen, samen te werken en met de jeugdige doelgroep in contact te komen. (Zie ook mijn vorige blog. Ik zit nog steeds te wachten op de eerste Twitterende jeugdartsen of hulpverleners.)

De genoemde oplossingen zijn wellicht nieuw voor de sector, maar bewijzen al geruime tijd hun waarde in professionele settings in andere sectoren. Vaak onder de noemer ‘het nieuwe werken’ of 2.0.

Kortom, samenwerken vergt een gezamenlijke cultuur, een veelvoud van momenten en mogelijkheden om elkaar (virtueel) te ontmoeten, bekendheid met elkaars competenties en gebruik maken van dezelfde systemen. Een flinke uitdaging, maar hard nodig om van navelstaren te komen tot een gezamenlijke externe oriëntatie op problemen en oplossingen. Pas dan ontstaat CJG2.0 of Veiligheidshuis2.0. Ik geloof er echt in: het benutten van de digitale mogelijkheden voorkomt verstarring, geeft samenwerking een boost en maakt werken in de jeugdketen weer leuk. Maar dat moet je wel durven!

monique westerlaken said,

February 23, 2010 @ 12:10 pm

Ik heb een documentje gemaakt (heb het zojuist ook online gezet zodat iedereen er zijn voordeel mee kan doen) omdat ik (als manager die dat samenwerkingsproces moet sturen) ook hiermee worstel. Hoe kunnen we die samenwerking nu goed faciliteren zodat het ook echt van de grond komt.
Ik vind het nadeel van al die verschillende tools dat ze (nog) niet geintegreerd zijn en daardoor door professionals die niet ict-mindend zijn gezien worden als de zoveelste karweitje. Daarom ben ik wel gecharmeerd van google apps waarbij je naar believe kunt toevoegen en kunt uitbouwen terwijl het wel één integraal systeem is waar je bv één inlogcode voor hoeft te gebruiken.

Robert Kroon said,

March 9, 2010 @ 2:11 pm

Beste Monique,

Ik herken de situatie die je beschrijft: door veel mensen wordt ICT gezien als een obstakel in plaats van een kans. Voor een organisatie in een geheel andere sector deden wij onderzoek naar ‘het verleiden’ van de organisatie. Welke acties kan een organisatie uitzetten om haar medewerkers te enthousiasmeren? Het lijkt mij leuk om op basis van dat onderzoek samen voort te bouwen en verder in te gaan op hoe de organisatie meegenomen kan worden.

online said,

March 30, 2010 @ 7:23 am

wat ik zocht, bedankt

RSS feed for comments on this post · TrackBack URI

Leave a Comment