Met social media probleemjongeren te lijf?
Al jaren loopt de discussie hoe de overheid effectief kan ingrijpen bij probleemjongeren. Van nieuwe oproepen om risicojongeren sneller te signaleren kijken we nauwelijks meer op. Maar wat werkt dan wel? Misschien moeten we de jongeren met hun eigen middelen gaan benaderen en de ogen eens openen voor social media.
De vele partijen die zich met het kind bezig houden doorgaan allemaal professionaliseringstrajecten en de hele jeugdketen gaat op de schop. Nieuwe financiering in de jeugdzorg. De opkomst van de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG). Zelfs informatievoorziening krijgt meer en meer aandacht. Zo wint de verwijsindex snel terrein en wordt in de Jeugdgezondheidszorg het Digitaal Dossier JGZ ingevoerd. Binnen de CJG’s werken we de laatste tijd ook op steeds meer plekken aan integrale informatievoorziening. Onderzoek dat Alares hier naar deed is gepubliceerd door het Programmaministerie voor Jeugd en Gezin en moet een boost geven aan de aandacht voor informatievoorziening op gemeentelijk niveau.
Ondanks dat we natuurlijk nog veel kunnen professionaliseren, herorganiseren en informatiseren (en we zullen hier de komende tijd nog volop mee bezig zijn) is er misschien wel meer nodig. Ik denk hierbij aan het volgende: daadwerkelijk samenwerken, kennis delen en het gebruik van social media hierbij. Ik leg dit uit:
Het Programmaministerie doet verschillende pogingen om alle partijen die zich bezig houden met het (lokale) jeugdbeleid te laten samenwerken. Maar hoe gaan we van praten over samenwerken naar daadwerkelijk samen kinderen helpen? We schermen met woorden als zorgcoordinatie, maar zie dit maar eens in te vullen. Een kind is niet alleen, maar staat in een dynamische omgeving. Factoren als het gezin worden steeds vluchtiger als de problematiek toeneemt. De effectieve manier om daar tussendoor zorg te organiseren is niet door structuur aan te leggen, maar juist van vrijheden gebruik te maken. Professionals hebben flexibiliteit nodig om aan te sluiten bij de specifieke lokale situatie. Niet (alleen) gestructueerde informatievoorziening, maar juist innovatieve kennisdeling is hierbij de oplossing.
Niet geheel toevallig weet Alares hier alles van. We organiseren dit jaar een succesvolle serie workshops Spelen met Innovatie. Organisaties waarin niet structuren maar adhoc samenwerkingsverbanden leidend zijn, hebben meer baat bij social media tools om kennis te delen dan gestructureerde systemen. Waarom zou dit niet gelden voor de jeugdzorg? Of anders gezegd: laten we eens kijken naar de mogelijkheden om bijvoorbeeld YouTube, wiki’s, blogs, Twitter en LinkedIn in te zetten helpen van risicokinderen.
- Spoor ze op! Duik eens in de leefwerelden van jongeren op bijvoorbeeld MSN en Hyves om te zien waar ze mee bezig zijn, en wat voor problemen ze zelf signaleren. Online communiceren ze met vriendjes. Ook hun ouders zien wat hier gebeurt. Nieuwe communicatievormen ontstaan. Normen en waarden verschuiven. Online pesten is best lastig als iedereen kan zien wat je zegt, en dit voor altijd wordt vastgelegd.
- Bekijk niet alleen de negatieve kanten, maar ook de positieve. Dit geldt op groepsniveau, maar ook op persoonljk niveau: professionals hebben de neiging eerder op de risicofactoren dan op de beschermende factoren te focussen (negatief + positief is neutraal).
- Interact: de debacels rondom baarmoederhalskanker en (zelfs nu de overheid denkt van de vorige inentingen geleerd te hebben gebeurt het opnieuw) met de griepprik spreken boekdelen: online ontstaan nieuwe denkbeelden als je alleen traditionele media gebruikt om jouw boodschap te verkondigen.
- Laat zien wat je doet. Tranparantie is niet voor niks een nieuwe belangrijke norm in het digitale tijdperk. We hebben er weinig aan als we niet snappen wat al die partijen voor jeugd eigenlijk aan het doen zijn. Ik wacht nog steeds op de eerste Twitterende jeugdarts, die laat zien wat voor nuttig werk hij/zij eigenlijk doet!
- En deel kennis! Heb je iets gevonden, deel het dan direct met andere professionals. Op individueel niveau (nog wel even alertheid voor privacy), groepsniveau of nieuwe ontwikkelingen die de hele sector aangaan. Deel ze met elkaar door gebruik te maken van het scala aan kennisdelingsmiddelen die Web2.0 te bieden heeft.
De eerste ideeen in deze richting beginnen vorm te krijgen. Het Programmaministerie laat de eerste proefballonnetjes op, binnen de VNG worstelt men met deze ideeen, GGD Nederland wil er graag mee aan de slag, ActiZ vindt het vooral spannend en de MOgroep wil graag weten waar ze moeten beginnen. Er ontstaat een markt voor succesvolle initatieven. Het duurt vast niet lang meer voor we ook daadwerkelijk over de eerste ervaringen in deze sector kunnen gaan schrijven. En weet je wat ik nu het mooiste vind: het werken met deze tools is nog leuk ook! Laten we niet vergeten dat het daarom gaat: mensen helpen is moet leuk mensenwerk blijven! Niet voor niks heet het ’social’!





