inicio mail me! sindicaci;ón

Workshop spelen met innovatie bij AOC Friesland

Op 6 april hebben Ralph Boeije en Ilja van den Berg  een workshop ’spelen met innovatie’ gegeven op het AOC Friesland. In deze blog zijn alle links te vinden die tijdens deze workshop zijn besproken.

We gaan in op: Ning, Google Alert, Google docs, LinkedIn groepen, Twitter, outlook

Read the rest of this entry »

Leven en leren met nieuwe media – verrijking van het onderwijsconcept

Regelmatig verschijnen er rapporten van (nieuwe) onderzoeken. Hieronder weer twee die belangwekkend lijken.
MIT presenteert Hanging out, Messing Around, and Geeking Out. Dit is een onderzoek naar de sociale toepassing en de vrijetijdsbesteding van digitale media door de jeugd. Leven en leren met nieuwe media. Het boek is opgebouwd uit de volgende hoofdstukken:
  • Media Ecologies
  • Friendship
  • Intimacy
  • Families
  • Gaming
  • Creative Production
  • Work 
Een ander interessant MIT-rapport is The Future of Learning Institutions in a Digital Age. Naar een nieuw virtueel ondersteund en verrijkt onderwijsconcept. “[...] They argue that the single most important characteristic of the Internet is its capacity for world-wide community and the limitless exchange of ideas”. Het formuleert tien uitgangspunten voor het leren van de toekomst:
  1. Self Learning
  2. Horizontal structures
  3. From Presumed Authority to Collective Credibility
  4. A De-Centered Pedagogy
  5. Networked Learning
  6. Open Source Education
  7. Learning as Connectivity and Interactivity
  8. Lifelong Learning
  9. Learning Institutions as Mobilizing Networks
  10. Flexible Scalability and Simulation

pdf: Hanging out, Messing Around, and Geeking Out.
pdf: The Future of Learning Institutions in a Digital Age.

Betere docenten begint bij betere arbeidsvoorwaarden

Een voorwaarde om het onderwijs naar een hoger niveau te tillen, is om talent te stimuleren binnen de beroepsgroep docenten.

Het Platform Onderwijs van de vakcentrale MHP, waarin alle bij de MHP aangesloten onderwijs-organisaties vertegenwoordigd zijn, heeft agelopen november een tienpuntenplan opgesteld om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.

De tien speerpunten voor het onderwijs als basis voor talent zijn:

1.De valse trek moet uit de schoorsteen
Met andere woorden een einde maken aan de situatie dat docenten een managementfunctie moeten verwerven om aan een hoger salaris of aantrekkelijker (meer uitdagend) werk te komen. Ook betekent het dat de onbalans tussen aantal functies in onderwijsproces (te laag) en staven (te hoog) moet veranderen.

2.Positie docent in de school, professionele ruimte en carrièrelijnen voor docentenfuncties
Wettelijke verankering alleen van professionele ruimte is onvoldoende garantie voor verbetering van de positie van de leraar. Zijn positie als vakdeskundige moet worden versterkt.

3.Carrièreperspectief in het leraarsvak.
De leraar moet een professional zijn met visie over het totale onderwijsconcept en moet carrière kunnen maken in zijn vak. In de opleiding tot leraar en in de ontwikkeling tijdens de loopbaan moeten onderwijsinstellingen hieraan uitdrukkelijk aandacht besteden.

4.Langer doorwerken
Langer doorwerken wordt ook in het onderwijs aanvaardbaar geacht en is zelfs nastrevenswaardig, mits op basis van vrijwilligheid en mits langer doorwerken wordt beloond.

5.Werkdruk verminderen
In het algemeen wordt het noodzakelijk geacht dat op elke onderwijsinstelling een instrument wordt gehanteerd dat beschikbare tijd koppelt aan een taak (taaktoedeling- en taakbelastinginstrument). Het leidt tot meer begrip tussen personeel onderling en tussen personeel en studenten. Klachten kunnen worden voorkomen terwijl teamgeest wordt bevorderd

6.Differentiatie tussen de subsectoren
Voor een verantwoorde aanpak van het kwaliteits- en kwantiteitsprobleem is differentiatie nodig: primair en secundair onderwijs, mbo, hbo en wo. In het verleden leidde prioritering van de ene sector tot niet, of te weinig, investeren in andere sectoren. Bijvoorbeeld: aandacht voor rekenen en taal in het primair onderwijs mag niet betekenen dat in een kenniseconomie niet of onvoldoende wordt ingezet op excellentie in wo en hbo.

7.Werving
Voor de korte termijn zijn – tijdelijke – premies een optie om personeel te behouden of te verwerven. Primaire, secundaire en tertiaire arbeidsvoorwaarden die marktconform zijn, verdienen de voorkeur. Kwijtschelden van studieschuld wordt als een goed instrument voor werving en binding als leraar beschouwd.

8.Flexibel deeltijd pensioen
De MHP is voorstander van flexibele deeltijdpensioenen, ook na het 65e levensjaar, op basis van vrijwilligheid.

9.Managementaudits en onderwijskwaliteit
De MHP bepleit, naast een goede verankering van de medezeggenschap binnen het onderwijs, de invoering van een systeem van managementaudits.

10.Hoger onderwijs: publiek en privaat
Het hoger onderwijs wordt in toenemende mate geconfronteerd met marktwerking, privatisering en globalisering. Dit kan kansen bieden voor Nederlandse hoger onderwijs instellingen. Anderzijds kan globalisering leiden tot vervlakking en kwaliteitsdaling van het Nederlandse onderwijs.

Het volledige plan is hier te lezen

Open moet het zijn

Het Innovatieproject van de VO-raad publiceerde met Alares een artikel waarin het beschrijft welke kenmerken essentieel zijn voor een school om huidige ontwikkelingen goed te kunnen incorporeren in de organisatie. Belangrijk is dat scholen ervoor open staan om invloeden en ervaringen uit de eigen organisatie en van buitenaf mee te nemen in hun leerproces. In het kort beschrijft het de kenmerken als volgt.

openheid: de werelden van de docent, de leerlingen en de ‘buitenwereld’ met elkaar verweven raken tot een niveau van kennisdeling dat voor iedereen winst oplevert.

mobiliteit: De mate waarin een school aangesloten is op (lokale) netwerken en in staat is informatiestromen beschikbaar te hebben en te benutten.

authenticiteit: De meerwaarde van kennis wordt bepaald door authentieke toevoegingen van mensen. Hierdoor wordt kennis van buitenaf ‘eigen’.

flexibiliteit: In een cultuur gericht op vertrouwen en ruimte geven ontstaat een organisatie die zich flexibel aanpast op en zelfs onderdeel uitmaakt van ontwikkelingen in en buiten de school.

Concluderend stelt het Innovatieproject dat technologie de middelen biedt om de traditionele taak van scholen – kennisoverdracht – opnieuw vorm te geven. Maar hierdoor verandert de rol van de docent en de rol van de leerling. En daarmee verandert, niet langzaam maar heel zeker, het onderwijs naar een nieuwe, open vorm.

de student van de toekomst (2)

door ilja van den berg twitter: @iljaaa
Al eerder heb ik geblogd over de student van de 21ste eeuw. In deze blog benoem ik de 12 kenmerken van de student onderzocht door Leapfrog (een samenwerking tussen universiteiten en onderzoeksinstellingen). Ik merkte alleen dat het in het Engels lastig was om toe te passen. Om deze reden heb ik ze vertaald:

Studenten zullen:

  1. systematisch denken: ze nemen bestaande patronen waar en ontwikkelen alternatieven op deze patronen
  2. denken in modellen: ze bedenken ‘wat als?’ experimenten en kunnen mentaal oefeningen doen  voorbereidend op de werkelijkheid middels gecontroleerde verbeelding en projectie.
  3. floreren in een omgeving van verandering, uitdaging en onbekendheden: Ze ontwikkelen perspectieven, kennis, en opties om grip te krijgen op de grote mate van complexiteit en onzekerheden en doen daar hun voordeel mee.
  4. een alternatief verleden, heden en toekomst creëren en manipuleren: Ze creëren en managen een virtuele tijd; ze ontwikkelen flexibele definities van sociale en persoonlijke tijd; ze selecteren alternatieve vormen van het verleden of de toekomst en koppelen dit met verschillende scenario’s in het heden.
  5. Zelf doelen en uitdagingen ontwikkelen en daarop reageren: ze detecteren en anticiperen de belemmeringen op de weg naar succes; ze bedenken oplossingen voor deze obstakels.
  6. Bestaande informatie begrijpen en effectief inzetten: ze vinden toegang tot de juiste informatie en passen dit effectief toe op om kansen te creëren en problemen op te lossen.
  7. Persoonlijk toepasbare kennis opbouwen en gebruiken: ze zetten bruikbare informatie om in persoonlijk bruikbare kennis; ze bouwen een persoonlijke gekenmerkte vermogendheid op om intellectuele en andere vormen van waarde toe te voegen aan de wereld. Ze vergroten het aantal keuze mogelijkheden bij het maken van beslissingen.
  8. Kennis gerelateerd aan contextuele omgevingen, processen en culturen opbouwen en benutten: ze benutten, ontwerpen en bouwen werkelijke en virtuele contexten die geschikt zijn voor specifieke taken; ze creëren verschillende perspectieven en passen deze toe op verschillende onderwerpen;
  9. de huidige en toekomstige ICT systemen effectief inzetten: ze zijn op de hoogte van de nieuwste technologie dat bijdraagt aan het nieuwe leren en de nieuwe economie; ze zijn de eerste die nieuwe hardware, software en netwerk technologieën accepteren en effectief gebruiken.
  10. kennis van wereldwijde trends verwerven en waarderen: gebruik makend van verschillende bronnen, zijn ze in staat om het grotere plaatje van de wereld te creëren. Ze worden werelddenkers en wereldburgers; ze passen het ‘grotere plaatje’ toe om problemen, kansen of doelen binnen een lokale context te toetsen en te begrijpen.
  11. een unieke mening uiten: ze ontwikkelen een unieke persoonlijkheid en benutten deze optimaal; het unieke karakter wordt zowel alleen als in samenwerkingsverbanden, groepen en teams ingezet; ze ontwikkelen identiteit en karakter.
  12. verantwoordelijkheid nemen voor hun intenties en hun geleverde kwaliteit: ze accepteren op ethische wijze hun verantwoordelijkheid voor hun persoonlijke acties en onbewuste bedoelingen; ze accepteren persoonlijke en sociale waarde bepaling voor de kwaliteit van de geleverde prestatie.

« Vorige bijdragen · Volgende bijdragen »