inicio mail me! sindicaci;ón

Archive for Toekomstbeheersing

Generatie Einstein bestaat niet!

Interessant onderzoek over jongeren en internet. Hier een korte outline:  

Voer gesprekken met jongeren, laat ze een enquête invullen over alles wat met internet te maken heeft, en één conclusie is onontkoombaar: jongeren zijn lang niet zo handig op en met internet als volwassenen vaak denken. Natuurlijk, wie nu opgroeit kent geen wereld zonder internet, voelt zich erbij op z’n gemak. Maar de veelbesproken generatie-Einstein? De digitale superjongeren, die de internetmogelijkheden in hun volle omvang zouden begrijpen en gebruiken, en die enorm slim informatie zoeken? Wij hebben ze niet aangetroffen. Wat vonden we wel? Hoe zit het met de Nederlandse jongeren van 12 tot 18 in de digitale wereld?

Dit is in grote lijnen het beeld:

Jongeren hebben haast, doen alles vlugvlug Dat schiet op, maar soms ook niet. Dan hebben ze al doorgeklikt voor ze in de gaten hadden dat ze waren waar ze wezen wilden. Tijd voor lappen tekst hebben ze ook niet – en het is al gauw een lap.

Jongeren zijn sociaal, internet is er heel erg voor de contacten Op je Hyves meer dan 200 vrienden (inclusief vrienden van vrienden) hebben, is heel gewoon. Chatten, afspraken maken, dat is dagelijks vermaak. Zelfs gamers doen het gamen liever samen. En intussen is naar buiten gaan, de vrienden echt spreken, of voetballen, nog altijd favoriet.

Jongeren zijn niet bang, klikken vol overgave overal op Zelfs de waarschuwingen voor de gevaren van internet trekken ze op deze leeftijd in twijfel. En angst om te verdwalen kennen ze ook niet. Ze vinden altijd wel weer een weg terug.

Jongeren zijn niet zo best in zoeken Ze slaan één pad in, en is daar niet te vinden wat ze willen dan staat het niet op internet. Voor een goedkoop telefoonabonnement gaan ze bijvoorbeeld uitsluitend bij hun eigen provider kijken.

Jongeren zijn naïef Dat je bij het downloaden ook virussen en auteursrechtenschendingen kunt binnenhalen, leeft niet.

Jongeren kopen weinig op internet Ze zien en voelen een aanschaf vaak liever van tevoren. Wat weegt zo’n telefoon? Hoe voelt hij in je hand? Einstein bestaat niet oktober 2010 Over usability en surfgedrag van jongeren 5

Jongeren begrijpen lang niet alles van internet Ze doen ‘stiekem’ niet wat ze opgedragen wordt in een reclame. En ze blijven het antwoord schuldig op de vraag waarom je je persoonlijke gegevens niet op Hyves zou invullen, maar wel op bestelsites als Bol.com en de webwinkel van Hennes & Mauritz. ‘Internet’ en ‘computer’ is voor hen één ding.

Jongeren zijn volwassenen-in-wording Speciale jongerensites zijn er veel minder dan kinderwebsites. Ze begeven zich dus vaak in de volwassen digitale wereld. En ergeren zich op websites vaak al aan dezelfde dingen: opdringerige reclame, niet-werkende links, enzovoort.

Jongeren zijn conservatief Ze verwachten dezelfde dingen op dezelfde plaats op websites. En ook dat dezelfde dingen (kleuren, handjes) voor hetzelfde staan. Door hun ongeduld en doorgeklik is dat voor hen nog belangrijker dan voor volwassenen.

Jongeren zijn niet gek Door een populair toontje van volwassenen prikken ze zo heen. Ze denken beter te leren uit een boek dan van een beeldscherm.

Jongeren zijn jongens en meisjes En voldoen al aan heel wat bijbehorende stereotypen. Jongens gamen en zoeken brommeronderdelen, meisjes bekijken de laatste mode en make-uptips.

Jongeren lijken ook nog op kinderen Ze kennen nog lang niet alle woorden. En trouwens ook lang niet alle sms- of MSN-taal. RULive (Are You Live) lezen ze als Ruulieve. Ze vinden zinnen nog gauw te lang en te ingewikkeld.

Jongeren zijn extreem Ze gebruiken lang niet alle mogelijkheden, maar wat ze doen, doen ze vaak in het extreme. Tot hun mono-internet behoren chatten via MSN, Hyven, muziek luisteren of filmpjes bekijken via YouTube en gamen.

Digitalisering roept om een nieuwe strategie voor bibliotheken

In 2008 is het uitlenen van boeken bij openbare bibliotheken met 10% gedaald. Duidelijk is dat er grote veranderingen gaande zijn in het bibliotheekveld, mede door de digitalisering. De raad van cultuur pleit ervoor dat culturele organisaties, waaronder bibliotheken, gebruikersparticipatie mogelijk maken, meer samenwerken met andere instellingen en duurzame digitale toegang bieden. Dit stelt de raad in een advies over e-cultuur: ‘Netwerken van betekenis’ .

De Raad voor Cultuur pleit in het advies voor meer netwerken. Digitalisering vraagt om nieuwe strategieën van zowel culturele instellingen als de overheid. Culturele instellingen moeten vanuit hun specifieke identiteit en eigen kracht samenwerken. De Raad benadrukt het belang van samenwerking. Culturele instellingen moeten met andere culturele instellingen samenwerken om gezamenlijk nieuwe producten en diensten te ontwikkelen en met organisaties uit andere sectoren om maatschappelijke vernieuwing te bewerkstelligen. Daarnaast moeten ze samenwerken met het publiek en vorm en inhoud geven aan gebruikersparticipatie (Bron: Informatieprofessional).

Digitalisering heeft een grote invloed op de vorm en functie van bibliotheken en andere culturele instellingen. Uit de bibliotheekstatistieken van het CBS uit 2008 blijkt dat het lenertal in 2008 met 1,05% terug liep. En het uitlenen van fysieke objecten (boeken, tijdschriften, DVD’s, CD’s en tijdschriften) liep met 9,7% terug (bron: VOB ). Het uitlenen van fysieke objecten is onderdeel van de core business van bibliotheken. De afname van uitleningen met bijna 10% in 2008, is een teken dat deze core business wel eens een aflopende business kan zijn. Er wordt hard gewerkt aan de digitale bibliotheek (bibliotheek.nl), maar een echte structurele verandering is nog niet direct zichtbaar. Natuurlijk zijn er innovatieve bibliotheken zoals de OBA in Amsterdam en DOK in Delft. Mooie voorbeelden van openbare bibliotheken die op zoek zijn gegaan naar nieuwe markten. Vele bibliotheken lijken nog achter te blijven. Daarnaast heeft het huidige financiële klimaat invloed op subsidies van de overheden en raakt daarmee de primaire inkomsten van bibliotheken. Digitalisering en een afname aan inkomsten vraagt om een herziening van de functie van de bibliotheek.

Het netwerken, de samenwerking en een nieuwe strategie die de raad voor cultuur bepleit voor culturele instellingen sluit zeer goed aan bij de noodzaak voor verandering bij openbare bibliotheken die blijkt uit de cijfers van het CBS. Nieuwe vormen van aanbod en een veranderende functie van bibliotheken moeten bijdragen aan zinvol behoudt van openbare bibliotheken. Innovatie is het kernwoord, maar de huidige innovatietrajecten richten zich voornamelijk op de aanbodzijde. Het wordt tijd dat er geluisterd wordt naar de vraagzijde.

Alares zit momenteel in de voorbereidende fase voor een onderzoek waarin de zogenaamde ‘stakeholders’ van bibliotheken worden bevraagd wat zij van de openbare bibliotheek als dienstverlener verwacht. Ons onderzoek zal de vraag beantwoorden hoe de openbare bibliotheek hierop kan aansluiten vanuit een duidelijke toekomstvisie. Heeft u interesse in participatie in dit onderzoek of de dienstverlening van Alares? Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Janine Bake. Telefonisch bereikbaar via: 070-7071800, via de mail: j.bake@alares.nl of via twitter: @janinebake.

Betere docenten begint bij betere arbeidsvoorwaarden

Een voorwaarde om het onderwijs naar een hoger niveau te tillen, is om talent te stimuleren binnen de beroepsgroep docenten.

Het Platform Onderwijs van de vakcentrale MHP, waarin alle bij de MHP aangesloten onderwijs-organisaties vertegenwoordigd zijn, heeft agelopen november een tienpuntenplan opgesteld om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.

De tien speerpunten voor het onderwijs als basis voor talent zijn:

1.De valse trek moet uit de schoorsteen
Met andere woorden een einde maken aan de situatie dat docenten een managementfunctie moeten verwerven om aan een hoger salaris of aantrekkelijker (meer uitdagend) werk te komen. Ook betekent het dat de onbalans tussen aantal functies in onderwijsproces (te laag) en staven (te hoog) moet veranderen.

2.Positie docent in de school, professionele ruimte en carrièrelijnen voor docentenfuncties
Wettelijke verankering alleen van professionele ruimte is onvoldoende garantie voor verbetering van de positie van de leraar. Zijn positie als vakdeskundige moet worden versterkt.

3.Carrièreperspectief in het leraarsvak.
De leraar moet een professional zijn met visie over het totale onderwijsconcept en moet carrière kunnen maken in zijn vak. In de opleiding tot leraar en in de ontwikkeling tijdens de loopbaan moeten onderwijsinstellingen hieraan uitdrukkelijk aandacht besteden.

4.Langer doorwerken
Langer doorwerken wordt ook in het onderwijs aanvaardbaar geacht en is zelfs nastrevenswaardig, mits op basis van vrijwilligheid en mits langer doorwerken wordt beloond.

5.Werkdruk verminderen
In het algemeen wordt het noodzakelijk geacht dat op elke onderwijsinstelling een instrument wordt gehanteerd dat beschikbare tijd koppelt aan een taak (taaktoedeling- en taakbelastinginstrument). Het leidt tot meer begrip tussen personeel onderling en tussen personeel en studenten. Klachten kunnen worden voorkomen terwijl teamgeest wordt bevorderd

6.Differentiatie tussen de subsectoren
Voor een verantwoorde aanpak van het kwaliteits- en kwantiteitsprobleem is differentiatie nodig: primair en secundair onderwijs, mbo, hbo en wo. In het verleden leidde prioritering van de ene sector tot niet, of te weinig, investeren in andere sectoren. Bijvoorbeeld: aandacht voor rekenen en taal in het primair onderwijs mag niet betekenen dat in een kenniseconomie niet of onvoldoende wordt ingezet op excellentie in wo en hbo.

7.Werving
Voor de korte termijn zijn – tijdelijke – premies een optie om personeel te behouden of te verwerven. Primaire, secundaire en tertiaire arbeidsvoorwaarden die marktconform zijn, verdienen de voorkeur. Kwijtschelden van studieschuld wordt als een goed instrument voor werving en binding als leraar beschouwd.

8.Flexibel deeltijd pensioen
De MHP is voorstander van flexibele deeltijdpensioenen, ook na het 65e levensjaar, op basis van vrijwilligheid.

9.Managementaudits en onderwijskwaliteit
De MHP bepleit, naast een goede verankering van de medezeggenschap binnen het onderwijs, de invoering van een systeem van managementaudits.

10.Hoger onderwijs: publiek en privaat
Het hoger onderwijs wordt in toenemende mate geconfronteerd met marktwerking, privatisering en globalisering. Dit kan kansen bieden voor Nederlandse hoger onderwijs instellingen. Anderzijds kan globalisering leiden tot vervlakking en kwaliteitsdaling van het Nederlandse onderwijs.

Het volledige plan is hier te lezen

de student van de toekomst (2)

door ilja van den berg twitter: @iljaaa
Al eerder heb ik geblogd over de student van de 21ste eeuw. In deze blog benoem ik de 12 kenmerken van de student onderzocht door Leapfrog (een samenwerking tussen universiteiten en onderzoeksinstellingen). Ik merkte alleen dat het in het Engels lastig was om toe te passen. Om deze reden heb ik ze vertaald:

Studenten zullen:

  1. systematisch denken: ze nemen bestaande patronen waar en ontwikkelen alternatieven op deze patronen
  2. denken in modellen: ze bedenken ‘wat als?’ experimenten en kunnen mentaal oefeningen doen  voorbereidend op de werkelijkheid middels gecontroleerde verbeelding en projectie.
  3. floreren in een omgeving van verandering, uitdaging en onbekendheden: Ze ontwikkelen perspectieven, kennis, en opties om grip te krijgen op de grote mate van complexiteit en onzekerheden en doen daar hun voordeel mee.
  4. een alternatief verleden, heden en toekomst creëren en manipuleren: Ze creëren en managen een virtuele tijd; ze ontwikkelen flexibele definities van sociale en persoonlijke tijd; ze selecteren alternatieve vormen van het verleden of de toekomst en koppelen dit met verschillende scenario’s in het heden.
  5. Zelf doelen en uitdagingen ontwikkelen en daarop reageren: ze detecteren en anticiperen de belemmeringen op de weg naar succes; ze bedenken oplossingen voor deze obstakels.
  6. Bestaande informatie begrijpen en effectief inzetten: ze vinden toegang tot de juiste informatie en passen dit effectief toe op om kansen te creëren en problemen op te lossen.
  7. Persoonlijk toepasbare kennis opbouwen en gebruiken: ze zetten bruikbare informatie om in persoonlijk bruikbare kennis; ze bouwen een persoonlijke gekenmerkte vermogendheid op om intellectuele en andere vormen van waarde toe te voegen aan de wereld. Ze vergroten het aantal keuze mogelijkheden bij het maken van beslissingen.
  8. Kennis gerelateerd aan contextuele omgevingen, processen en culturen opbouwen en benutten: ze benutten, ontwerpen en bouwen werkelijke en virtuele contexten die geschikt zijn voor specifieke taken; ze creëren verschillende perspectieven en passen deze toe op verschillende onderwerpen;
  9. de huidige en toekomstige ICT systemen effectief inzetten: ze zijn op de hoogte van de nieuwste technologie dat bijdraagt aan het nieuwe leren en de nieuwe economie; ze zijn de eerste die nieuwe hardware, software en netwerk technologieën accepteren en effectief gebruiken.
  10. kennis van wereldwijde trends verwerven en waarderen: gebruik makend van verschillende bronnen, zijn ze in staat om het grotere plaatje van de wereld te creëren. Ze worden werelddenkers en wereldburgers; ze passen het ‘grotere plaatje’ toe om problemen, kansen of doelen binnen een lokale context te toetsen en te begrijpen.
  11. een unieke mening uiten: ze ontwikkelen een unieke persoonlijkheid en benutten deze optimaal; het unieke karakter wordt zowel alleen als in samenwerkingsverbanden, groepen en teams ingezet; ze ontwikkelen identiteit en karakter.
  12. verantwoordelijkheid nemen voor hun intenties en hun geleverde kwaliteit: ze accepteren op ethische wijze hun verantwoordelijkheid voor hun persoonlijke acties en onbewuste bedoelingen; ze accepteren persoonlijke en sociale waarde bepaling voor de kwaliteit van de geleverde prestatie.

De student van de 21ste eeuw door Leapfrog

Op het congres Education Futures werd ingegaan op het gedrag van de jeugd van de 21ste eeuw. Wanneer scholen rekening houden met dit gedrag dan kunnen de technologische lesmiddelen, lesmateriaant, docent, lesmethode en de fysieke school hierop worden aangepast. Deze theorie is ontwikkeld door:
Arthur Harkins and John Marovec

Students will…

  1. Think systemically: perceiving existing patterns and constructing alternatives to them.
  2. Think simulationally: conducting “what if?” thought experiments and mental rehearsals using controlled imagination and projections.
  3. Thrive in the midst of changes, challenges, and unknowns: developing perspectives, knowledge, and choices to cope with and leverage complexity and uncertainty.
  4. Create and manipulate alternative pasts, presents, and futures: creating and managing virtual time; developing flexible definitions of social and personal time; selectively associating alternative pasts and futures with multiple presents.
  5. Develop and respond to goals and challenges: setting goals and objectives; detecting and anticipating impediments to success; designing solutions to impediments.
  6. Understand and effectively utilize existing information: accessing and selectively employing information in pursuit of opportunities and problem resolutions.
  7. Construct and utilize personally applicable knowledge: selectively transforming information into personally usable knowledge; building a personally styled capability to add intellectual and other forms of variety to the world; enhancing decision-making options.
  8. Construct and utilize knowledge related to contexts, processes, and cultures: perceiving, designing, and constructing real and virtual contexts suitable for specific tasks; compiling and utilizing many perspectives on given subjects; enhancing decision-making options.
  9. Effectively utilize current and emerging ICT systems: staying atop the technologies that permit modern learning and economies; being first in the adoption and effective use of hardware, software, and networking technologies.
  10. Acquire and assess knowledge of selected global trends: constructing “big pictures” of the world using different resources for each picture; becoming a global thinker and citizen; employing big pictures to help contextualize relatively localized problems, opportunities, goals and means.
  11. Write and speak in a unique voice: developing and utilizing personal uniqueness; applying uniqueness alone and with cohorts, groups, and teams; developing identity and character.
  12. Take personal responsibility for intentions and performance quality: ethically accepting accountability for personal actions and inactions; accepting personal and social assessments of performance quality.

Meer informatie over Leapfrog: http://cehd.umn.edu/leapfrog

Bron: https://wiki.umn.edu/view/Leapfrog/MemoV6

Volgende bijdragen »